Een tijdje terug las ik op de site van TV Valkenburg een artikel over het afsluiten van een appartement omdat daar een overtreding van de Opiumwet had plaatsgevonden. Meestal betekent dit dat er (te) veel hennepplantjes aangetroffen zijn door de politie en dat was ook hier het geval.

Ernst Loendersloot, Kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot, Kandidaat notaris te Maastricht

Dit bericht deed mij denken aan twee columns die ik eerder heb geschreven heb over de consequenties van wiettelen.

Wiet en NHG

In de eerste column beschreef ik een casus waarbij de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) een rol speelde. Iemand had een woning gekocht en die met een geldlening van een bank betaald. Bij de financiering was ook de NHG betrokken, want deze stond borg ten opzichte van de bank. Zou de woning met verlies verkocht worden, dan past NHG het verschil bij. De bank wist dus zeker dat er 100% afgelost zou worden en verlaagde de rente op de lening. Dat is gunstig voor kopers.

Voor de koper is er nog een extra voordeel. Als het verlies bij de verkoop niet aan de schuldenaar te wijten is, scheldt NHG het verlies (of beter gezegd: de restant-schuld) kwijt.

In die column gaf ik aan dat NHG niet zonder meer kwijtscheldt. Er wordt wel degelijk gekeken of er sprake is van een niet-verwijtbare restschuld. In de beschreven casus was de verkoopopbrengst (te) laag omdat de debiteur een hennepkwekerij in de woning had gehad. Hierdoor was het pand “besmet” geworden en onderkomen geraakt door het vochtige groeiklimaat.

NHG schold de restantschuld dus niet kwijt.

Wiet en je huwelijk

In mijn tweede column over wiet ging het om de aansprakelijkheid van een echtpaar voor de vorderingen van het Openbaar Ministerie (OM) op grond van de “Pluk Ze Regeling”. Daarmee tracht de overheid het wederrechtelijk voordeel weg te halen bij de wetsovertreders. Dus de fraaie gouden polshorloges die verdient zijn met illegale activiteiten, moeten worden ingeleverd bij Justitie.

In de column beschrijf ik dat de man de hennepkwekerij had en de vrouw (volgens haar zeggen) niet. Zij probeerde zo te voorkomen dat zij ook via die “Pluk Ze Regeling” zou worden aangepakt. Volgens haar ging het in dit geval om een hele specifieke schuld van de man die aan hem verknocht was en waarvoor zij dus niet aansprakelijk kon worden gesteld. Die verknochtheid moest zij wel in stelling brengen omdat zij en de man in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen waren getrouwd. In beginsel ben je dan beiden verantwoordelijk voor alle schulden, behalve als een schuld verknocht is.

In de beschreven situatie gaven de rechters de vrouw echter geen gelijk. Een vordering van het OM op de man kon ook op haar verhaald worden. De schuld en de daaraan voorafgaande wietteelt was niet specifiek genoeg om alleen de man voor de voeten te werpen.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Printversie