In mijn praktijk kom ik geregeld tegen dat ouders geld willen schenken aan hun kind, maar willen voorkomen dat de koude kant recht krijgt op dat vermogen.
Dat zou namelijk het geval kunnen zijn als het kind in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen getrouwd is en er – nadat er geschonken is – de echtscheiding wordt aangevraagd. Maar ook als het kind nu single is en later toch trouwt zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. Het zelfde geldt overigens ook als een kind een geregistreerd partnerschap aangaat.
In beginsel valt de schenking in die gevallen namelijk in het gemeenschappelijke vermogen van het kind en zijn of haar partner. Bij een scheiding moet dat vermogen 50/50 gedeeld worden, waardoor de ex schoondochter of –zoon met de helft van de schenking vertrekt.
Omdat er bij ouders (altijd) een duidelijke behoefte is (geweest) om dit gevolg te voorkomen, hebben notarissen teksten ontworpen die het eigen kind kunnen helpen om, in geval van een scheiding, de schenking veilig te stellen. Dat soort clausules komen ook voor in testamenten, omdat ouders niet alleen willen dat schenkingen (die zij vóór hun overlijden aan hun eigen kind hebben gedaan) buiten de verdeling blijven, maar ook hun erfenis.
Die clausules worden doorgaans aangeduid met termen als: uitsluitingsclausule, anti-schoonzoon clausule of koude kant-regeling.
Schenken gaat goed, kwijtschelden op de lening aan je kind niet
Onlangs heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan, die ik graag onder uw aandacht breng. In deze zaak bleek namelijk dat ondanks het opstellen van huwelijkse voorwaarden door de zoon en de schoondochter, en het opnemen van een anti-schoondochter-clausule bij een schenking, de schoondochter bij de scheiding tóch recht kreeg op een deel van de geschonken bedragen. Terwijl dat voorkomen had kunnen worden, volgens mij.
De zoon was getrouwd onder zogeheten uitsluiting van gemeenschap van goederen. In 1998 kocht hij samen met zijn echtgenote een woning. In 2002 hebben de ouders geld overgemaakt (€ 45.000,-) dat als lening voor de verbouwing van het huis is verstrekt aan hun zoon en schoondochter. Daarvoor is toen ook een schuldbekentenis opgesteld.
Ieder jaar opnieuw hebben de ouders (kleinere bedragen) kwijtgescholden op die schuld en ieder jaar werd opnieuw vermeld hoe groot de restant schuld was. En telkens werd dat document getekend door de ouders, de zoon en de schoondochter.
Dus ieder jaar werd er geschonken en werd de schuld kleiner.
Helaas liep het huwelijk stuk en moest er verdeeld worden. De stelling van de man was onder meer dat hij en zijn ex-echtgenote het huis moesten delen, maar dat hij wel recht had op een vergoeding van € 45.000,- aangezien zijn ouders die schuld aan hem en niet ook aan zijn (toen nog) teer beminde echtgenote als schenking hadden kwijtgescholden.
De raadsheren van het Hof zijn het hier niet mee eens, waarbij belang wordt gehecht aan het feit dat de ouders bleven doorgaan met kwijtschelden nadat de helft van de schuld “weg” was (de helft van de zoon). Ook vonden de rechters het belangrijk dat de schoondochter ieder jaar meetekende.
Advies
Als de ouders in deze zaak dus waren gestopt met kwijtschelden toen de halve schuld kwijtgescholden was, had de (ex-)schoondochter nu wel haar helft van de schuld moeten terugbetalen.
Daarnaast was het beter geweest als ieder jaar opnieuw was vastgelegd hoe groot de schuld van de zoon danwel de schoondochter aan de (schoon)ouders nog was. Na het eerste jaar had er kunnen staan dat de totale schuld nog € 40.000,- was, maar dat het deel van de schoondochter nog steeds € 22.500,- bedroeg en de schenking alleen ten gunste van de eigen zoon was afgeboekt.
Dus als u een lening verstrekt aan uw eigen kind en daarop wenst kwijt te schelden omdat u uw kind vermogen wilt schenken, dan moet dat op de juiste manier gebeuren. Alleen vermelden dat de uitsluitingsclausule van toepassing is, kan dus onvoldoende te zijn.

