Klik hier voor Deel 1

Dit is een tweede column over recente ontwikkelingen inzake de berekening van de hoge eigen bijdrage voor de AWBZ.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris Foto: Harry Heuts

In mijn vorige column heb ik aangegeven dat de methode om een hoge eigen bijdrage te voorkomen of te verlagen simpel is. Zorg dat er vermogen van Box 3 naar een andere Box gaat. Maar dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Om vermogen in Box 1 te krijgen, moet de patiënt een eigen woning kopen en daar gaan wonen. Terwijl voor Box 2 er eigenlijk een bestaande onderneming moet zijn. Het oprichten van een BV alleen om aan Box-hoppen te doen, wordt niet goedgekeurd door de rechterlijke macht.

Het ging in die column dus om het verplaatsen van vermogen dat de patiënt al bezit van Box 3 naar een andere box. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat de patiënt meer vermogen krijgt (in Box 3) en daardoor een hogere eigen bijdrage zal moeten gaan betalen. Om dat laatste te vermijden is het dan beter als er geen vermogen bij komt. Daarover gaan deze en de volgende column.

Situatie twee:
Verwerp de erfenis waar de patiënt recht op heeft

In Zeeland of West-Brabant speelde zo’n zaak. Nadat een man was opgenomen, overleed zijn echtgenote. Op grond van het langstlevende testament was de man erfgenaam en zou hij de erfenis van zijn echtgenote erven. Dat vermogen zou in Box 3 moeten worden opgenomen in de aangifte voor de inkomstenbelasting, waardoor de eigen bijdrage voor de AWBZ zou stijgen.

De bewindvoerder vroeg daarom aan de rechter of de erfenis van de overleden echtgenote verworpen mocht worden. De patiënt zou dan geen erfgenaam zijn, geen vermogen erbij krijgen en dus ook geen hoge(re) bijdrage hoeven te betalen.

De rechter geeft toestemming en wijst nadrukkelijk op het feit dat een verzoek dat leidt tot verkleining van het vermogen per definitie afgewezen zou worden. Maar dit verzoek zorgt er voor dat het vermogen niet vergroot wordt. Dus wordt het in behandeling genomen en kan de rechter beargumenteren waarom er gronden zijn om het niet-vergroten van het vermogen toe te staan.

Deels is dat omdat de patiënt al een fors eigen vermogen heeft en op zijn 85e minder behoefte heeft aan het achter de hand houden van een appeltje voor de dorst. Maar wat ik als jurist belangrijker vind, is dat de rechter wijst op de bij de notaris opgestelde documenten. Dat zijn namelijk het langstlevende testament en de algehele volmacht. In die volmacht is aan de gemachtigden het recht gegeven om eventueel erfenissen te verwerpen.

De rechter is op grond van deze documenten in samenhang bezien, van mening dat het de wil van de patiënt was (toen hij zijn wil nog goed kon uiten) dat de langstlevende goed verzorgd achter moest blijven, maar dat het niet de bedoeling was dat er (te) veel betaald moest worden aan een zorginstelling voor verzorging van de langstlevende.

In een volgende column zal ik een andere uitspraak behandelen, waarin de toestemming om de erfenis te verwerpen niet werd gegeven. Ook zal ik dan aangeven waarin het verschil tussen beide uitspraken zit en wat u eventueel kunt doen om te voorkomen dat er rechtszaken nodig zijn.

Klik hier voor Deel 3

Klik hier voor een overzicht van (bijna) alle artikelen over dit onderwerp.

%d bloggers liken dit: