Medio februari schreef ik over een bijzondere uitspraak van een kantonrechter. Een bewindvoerder had namens zijn zuster gevraagd om de erfenis van hun moeder te mogen verwerpen. Zuslief had het geld niet nodig en wilde dat haar neef en nicht haar deel zouden krijgen. Bovendien kreeg zij een uitkering op grond van de Participatiewet. Die zou zij verliezen omdat zij door haar moedersdeel boven het bedrag uit zou komen dat zij mocht bezitten zonder dat haar uitkering gekort werd.

Op 4 maart jl. bleek dat de kantonrechter zich bedacht heeft. De verleende machtiging werd weer ingetrokken. De reden voor deze ommekeer blijkt niet uit de uitspraak.

In de vakliteratuur is opgemerkt dat een verwerping van een erfenis door een uitkeringsgerechtigde gezien kan worden als een “tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”. In artikel 18 lid 2 Participatiewet staat dat de gemeente om die reden de uitkering kan verlagen of zelfs beĆ«indigen.

De reden om de machtiging te verlenen was nu juist om te voorkomen dat de uitkering van de zuster verlaagd of zelfs stopgezet zou worden. Verwerping zou dus echter helaas tot dit ongewenste resultaat leiden.

In de wet staat overigens ook dat een boete verschuldigd is als de uitkeringsgerechtigde niet doorgeeft dat hij een erfenis verwerpt. Of de boete in dit geval door de bewindvoerder of zijn zuster betaald zou moeten worden, is niet duidelijk. Dit is een mooi voorbeeld van: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Waar erfenissen en uitkeringen elkaar raken, is deskundig advies gewenst.

%d bloggers liken dit: