Als je een uitkering ontvangt op grond van de Particpatiewet, mag je maar een beperkt vermogen hebben. Kom je boven die drempel uit, dan ontvang je geen “bijstand” meer.

Ook als je opgenomen bent in een zorginstelling geldt een vermogensdrempel. Alles daarboven telt mee voor de berekening van je eigen bijdrage. Populair gezegd: je moet je eigen huis opeten.

Deze beide grensbedragen zijn laag, namelijk €6.295,- en €30.360,-.

Recent las ik een bijzondere uitspraak. Een broer dient namens zijn zus een verzoek in bij de kantonrechter. Hij is bewindvoerder over haar vermogen en hun moeder is recent overleden. Door de erfenis komt het vermogen van zijn zuster boven de hiervoor vermelde drempels uitk. Daardoor zal zij én haar uitkering verliezen én een hoge(re) eigen bijdrage moeten betalen voor haar zorg. Het is dus beter dat zijn zus haar erfdeel niet krijgt.

Meestal weigert de rechter zo’n verzoek. Door te verwerpen handel je als uitkeringsgerechtigde namelijk niet zorgvuldig jegens de overheid en dit leidt tot verlies van je uitkering. De wens om niet in te teren op je vermogen in verband met de zorg vinden rechters doorgaans evenmin een goede reden.

Toch stemt de rechter nu wel ermee in, ondanks het feit dat de broer hierdoor enig erfgenaam van moeder wordt en €200.000 erft, mits hij er voor zorgt dat zijn zus aan het begin van ieder jaar minimaal €6.295 op haar bankrekening heeft staan. Desnoods door uit eigen zak bij te storten. Dat kan hem uiteindelijk toch veel geld kosten.

UPDATE: De kantonrechter heeft de eerder verleende machtiging tot verwerping weer ingetrokken.

Mogelijk speelt mee dat iedere verwerping van een erfenis door een bijstandsgerechtigde gemeld moet worden aan de uitkeringsinstantie. Die kan dan oordelen dat door de verwerping de uitkering (toch) komt te vervallen. Niet melden kan een boete tot gevolg hebben. Zie Centrale Raad van Beroep.

%d bloggers liken dit: