Onlangs speelde een geruchtmakende zaak over een uitkering. Een moeder haalde boodschappen voor zichzelf én geregeld ook voor haar dochter. Dochter had dit niet gemeld en dus eiste de uitkeringsinstantie terugbetaling van € 7.000,-.

Veel ouders met een kind in de bijstand willen voorkomen dat de erfenis “ingeleverd” moet worden. Onterven is geen optie. Eist een kind de legitieme portie (die de helft is van een kindsdeel) niet op , dan vervalt het recht op uitkering. Ontvangt het kind die portie, dan moet deze eerst opgemaakt worden, voordat het kind weer een uitkering kan aanvragen.

Maar misschien biedt de rechtspraak mogelijkheden. Allereerst kunnen ouders in hun testament bepalen dat de kinderen van hun uitkeringsgerechtigde kind in de erfenis meedelen. De grootouders nemen ook op dat dit deel op een zogenaamde BEM-rekening moet worden gestort. Per kleinkind kan € 30.000 worden veiliggesteld. Daarover heb ik eerder geschreven.

Daarnaast las ik recent een interessante uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. In een testament was bepaald dat de erfenis niet in één keer werd uitbetaald, maar in termijnen. De betreffende uitkeringsgerechtigde ontving iedere maand € 400,-. Dat was géén inkomen. De uitkering mocht dus niet om die reden gekort worden.

Doordat deze uitbetalingen al langer plaats vonden, was het restant-erfdeel zodanig lager dan het bedrag dat de uitkeringsgerechtigde aan vermogen mocht bezitten. Dus ook op deze grond mocht niet gekort worden.

Heeft u een erfgenaam met uitkering én kinderen, overweeg dan om beide opties op te nemen in uw testament.

%d bloggers liken dit: