Begin september 2019 ontving de Tweede Kamer van de toenmalige staatssecretaris van Financiën, Menno Snel, een brief. Daarin gaf hij inzicht in de wijze waarop hij de heffing in box 3 van de Inkomstenbelasting aan wilde passen vanaf 1 januari 2022. Ondanks zijn defungeren is het kabinet voornemens deze wijziging toch realiteit te laten worden. Van belang is te benadrukken dat het document enkel aangeeft over welke aanpassingen gedacht wordt. Het gaat niet om concrete wetgeving.

In de januari uitgave van dit blad is al aangegeven wat de consequenties kunnen zijn terzake van de zogenaamde papieren schenkingen. Mevrouw Kroonenberg en de heer Van den Bedem gaan in op de gevolgen voor de notariële praktijk van het voorstel, maar één aspect komt in ieder geval niet aan de orde (FBN 2020 nr 3). In dit stuk willen wij daarom graag het concrete probleem aansnijden inzake de zogenaamde Familiebank onder het nieuwe regime.

Daarbij richten we ons op de hoogte van het voorgestelde forfaitaire rendement ten opzichte van de maximaal in rekening te brengen rente.

Ook doen we een oproep aan de wetgever om voor de Familiebank een uitzondering te maken. Hierdoor wordt voorkomen dat belastingplichtigen jaarlijks rechtszaken zullen aanspannen, zoals de afgelopen jaren ook al het geval was met als inzet het rendement op spaargeld.

Voor het geval die uitzondering er niet komt, geven we aan welke oplossingen adviseurs mogelijk kunnen aandragen om onnodige belastingheffing vanaf 2022 te voorkomen.

FAMILIEBANK
Eerst geven we aan wat in dit kader verstaan wordt onder de Familiebank. Eigenlijk valt namelijk iedere lening ongeacht de familieband onder de omschrijving. Maar het gaat ons om leningen, verstrekt in familieverband, aan een debiteur die eigenaar is van een woning. Persoonlijke leningen waarvoor geen zekerheden zijn verstrekt vallen niet onder de in dit stuk gebruikte definitie.

Binnen familieverband wordt doorgaans niet zo zakelijk geredeneerd als wanneer een commerciële geldverstrekker een lening verstrekt. Iedere notaris zal echter adviseren een hypotheekrecht te vestigen zodat de crediteur een voorrangsrecht heeft bij openbare verkoop van de woning van de schuldenaar.

In de rest van dit artikel gaan wij, mede omwille van de eenvoud, er van uit dat ouders aan hun kind een geldlening hebben verstrekt die kwalificeert als eigen woning schuld.

RENTE
Voorkomen moet worden dat de te betalen rente fiscaal als te hoog of te laag wordt bestempeld, aangezien dit heffing van schenkbelasting tot gevolg kan hebben.

Uit jurisprudentie blijkt dat alleen een zakelijke, dat wil zeggen marktconforme, rente fiscaal acceptabel is. (Voor een overzicht zie FBN 2019 nr 62). Maatstaf is daarbij de rente die commerciële marktpartijen bij vergelijkbare leningen hanteren. Bij dat laatste speelt een rol of er al dan niet hypothecaire zekerheden gevestigd worden. Als dat niet het geval is, moet aansluiting gezocht worden bij de hoge(re) marktrentes die gelden voor persoonlijke kredieten. Alleen als hypothecaire zekerheden zijn verleend, mogen de zeer lage marktrentes voor hypothecaire leningen als ijkpunt gebruikt worden.

Door het Hof Den-Haag wordt (GHDHA:2019:2213) het rentepercentage vastgesteld op 4,5% voor een lening in familieverband waarvoor géén hypotheekrecht is gevestigd. Wat het maximale rentepercentage mag zijn voor een lening mét hypothecaire zekerheid is uit dat arrest niet af te leiden, maar dit rentepercentage zal beduidend lager liggen. Wij veronderstellen op niet meer dan 1,6% aangezien dat ten tijde van het schrijven van dit stuk (medio februari 2020) de marktrente is volgens website Independer. Dit betreft dan een lening tot 100% van de marktwaarde van de woning met een rentevastperiode van 10 jaar en zonder Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

SPAARTAX ARRESTEN: EEN KLEINE UITSTAP
Op 14 juni 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het voor een risicomijdende belastingplichtige niet mogelijk is om – gedurende meerdere jaren – het veronderstelde rendement van 4% te halen op het bezit in Box 3. Alleen door een hoger (bovenmatig) risico te lopen, kan 4% of meer rendement behaald worden.

De heffing van 1,2% (het betreft hier nog zaken over de jaren 2013 en 2014 waardoor werd uitgegaan van één niet gedifferentieerd rendement van 4% waarover 30% belasting geheven werd) is hoger dan het daadwerkelijke rendement dat behaald kan worden zonder veel risico te nemen. Hierdoor is op stelselniveau sprake van strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EP).

De redenatie van de Hoge Raad is redelijk eenvoudig te noemen. Er wordt gekeken naar het gemiddelde rendement op het vermogen dat op een normale manier gedurende meerdere jaren behaald kan worden, terwijl ook de hoogte van de heffing een rol speelt. Hoe lager het rendement en hoe hoger de heffing, hoe eerder sprake is van fiscale regelgeving die de toets der kritiek niet kan doorstaan.

VERONDERSTELD RENDEMENT VERSUS MAXIMUM RENTE
Bij de Spaartax-arresten ging het om een forfaitair rendement van 4% met een belastingheffing daarover van 30%. De belastingdruk bedroeg dus 1,2%.

In de schets voor het nieuwe box 3 stelsel 2022 wordt het box 3-tarief verhoogd van 30% naar 33%, terwijl het veronderstelde rendement voor beleggingen (niet zijnde spaargeld) fictief wordt gesteld op 5,33%. Dat leidt tot een belastingdruk van 1,7589%. Dat ligt dus hoger dan de 1,6% marktrente voor leningen verstrekt mét hypothecaire zekerheid. Daalt de marktrente voor hypothecaire leningen nog verder, dan zal het (negatieve) verschil tussen het daadwerkelijke rendement en de te betalen belasting nog groter worden.

Laten we de redenatie uit de Spaartax arresten doortrekken naar de Familiebank in het licht van de aangekondigde aanpassingen IB 2022. Het is voor belastingplichtigen in beginsel niet mogelijk om een hoger rendement te behalen dan de belastingdruk van 1,7589%. Alleen door voor meer dan 10 jaar een vaste rente af te spreken en/of door geen hypothecaire zekerheid te bedingen, is een hoger rendement haalbaar. Maar in het laatste geval loopt de crediteur een groter risico dan een commerciële partij aanvaardbaar zal achten.

Of de Hoge Raad dit zal zien als een probleem op stelselniveau dan wel slechts op het niveau van de individuele belastingplichtige die als crediteur een Familiebank-constructie is aangegaan, is koffiedik kijken. Zonder nadere regelgeving op dit punt, verwachten wij dat ouders die hun kind een Familiebank-lening hebben verstrekt elk jaar opnieuw hun situatie ter beoordeling zullen voorleggen aan de belastingrechters. De belangen zijn te groot om dat niet te doen, zeker als je bedenkt dat de looptijd van de meeste eigen woning leningen dertig jaar is.

Wij roepen de wetgever daarom op om zelf met een oplossing te komen door voor Familiebank-leningen uit te gaan van het daadwerkelijke rendement op de lening en niet het fictieve rendement van 5,33%.    

OPLOSSING IN FAMILIEVERBAND: GOUDEN JUBEL TON
Er zullen families zijn die helemaal af willen van de problemen die vanaf 2022 kunnen ontstaan rondom de Familiebank. Een eerste oplossing voor hen is om gebruik te maken van hetgeen in het notariaat bekend staat als de Gouden Jubel Ton.

Tot een bedrag van €103.643 (cijfers 2020) kan belastingvrij geschonken worden, mits aan een aantal eisen wordt voldaan. De belangrijkste daarbij is dat de ontvangende partij de gelden gebruikt voor (onder meer) de (gedeeltelijke) aflossing van een eigen woning schuld. Ingeval de Familiebank-constructie als zodanig kwalificeert is het dus mogelijk om deze schuld tot een bedrag van maximaal €103.643 af te lossen, zonder dat er schenkbelasting verschuldigd is. Dit op grond van artikel 33 lid 5 sub c (voor de kinderen van de schenker) casu quo lid 7 (voor andere begunstigden) van de Successiewet 1956 (hierna Sw 1956).

Althans, als aan de andere voorwaarden voldaan wordt. Daarbij kan met name de leeftijdseis van de begunstigde een probleem zijn. Van deze faciliteit kan de begunstigde namelijk alleen gebruik maken tot zijn of haar 40e verjaardag. Mocht het kind zijn of haar 40e verjaardag al gevierd hebben, dan kan eventueel de leeftijd van de partner benut worden als deze nog niet die mijlpaal heeft bereikt. Let daarbij wel op dat het gaat om de partner als bedoeld in artikel 1a lid 2 sub b van de Sw 1956 en niet de fiscaal partner als bedoeld in de Wet Inkomstenbelasting 2001.

OPLOSSING IN FAMILIEVERBAND: OVERSLUITEN FAMILIELENING
Is het niet mogelijk om gebruik te maken van de hiervoor besproken schenkingsfaciliteit omdat de debiteur en diens partner “te oud zijn”, dan is het waard om de navolgende constructie te bekijken.

De lening kan namelijk overgesloten worden waarbij een marktpartij zoals een bank of verzekeraar een nieuwe lening – onder hypothecair verband – verstrekt aan de debiteur. Met het geleende bedrag lost de debiteur de Familiebank-lening af. Het kind zal een marktconforme rente moeten betalen aan de nieuwe crediteur, maar behoudt recht op aftrek van de rente als de oorspronkelijke lening een eigen woning schuld was.

De ouders ontvangen de aflossing. In plaats van een vordering op hun kind, bezitten ze dan een vordering op een bank als zij het geld op een spaarrekening laten bijschrijven. Strikt genomen zal dat belastbaar inkomen opleveren in box 3. Echter, als de plannen zoals gepresenteerd in de eerder vermelde Kamerbrief werkelijkheid worden, betekent het dat iedere ouder tot ongeveer €440.000 aan spaargeld kan bezitten zonder dat er belastingheffing volgt.

Dat zij (bijna) geen rente ontvangen van de bank op die spaarrekening is dan een klein financieel nadeel dat ruimschoots opweegt tegen het fiscale nadeel dat zij anders 33% inkomstenbelasting zouden moeten betalen over een fictief rendement van 5,33% over de vordering op hun kind.

SAMENVATTING
In dit artikel hebben wij aangegeven dat de plannen voor de heffing van inkomstenbelasting over het vermogen in box 3 vanaf 2022 nadelig kunnen uitpakken voor partijen die betrokken zijn bij Familiebank-leningen. De crediteuren worden geacht een hoger rendement te behalen over hun vordering dan ze op grond van de huidige rentestanden kunnen maken. Althans, als er sprake is van een lening verstrekt onder hypothecair verband.

Bij de lage rentestanden die marktpartijen nu hanteren en die als benchmark fungeren voor de tussen familieleden te rekenen vergoedingen, is te verwachten dat er jaarlijks bezwaar en beroep zal worden aangetekend door de ouders tegen hun belastingaanslag. Wij roepen de wetgever op uit te gaan van het daadwerkelijke rendement en niet het fictieve van 5,33%.

Voor de belastingplichtigen hebben we daarnaast nog praktische oplossingen benoemd. De eerste is kwijtschelding op de Familiebank-lening, mits de hoge vrijstelling van schenkbelasting van ruim een ton kan worden ingezet.

Een alternatief is de oversluiting van de lening bij een commerciële marktpartij. Het door de ouders terug ontvangen bedrag kunnen zij tot een bedrag van €440.000 op een spaarrekening stallen zonder dat zij daarover in box 3 belasting hoeven te betalen.

PRINTVERSIE: KLIK HIER

%d bloggers liken dit: