Dankzij een uitsluitingsclausule in een testament of bij een schenking zorg je ervoor dat de koude kant bij een echtscheiding geen recht heeft op het vermogen. Daarom wordt zo’n regeling ook wel de anti-schoonzoonclausule genoemd.
In het notariaat weten we dat het niet zo simpel ligt, en dat wil ik graag onder de aandacht brengen. Ik zal aangeven waarom de notaris onderscheid maakt tussen een harde en een zachte uitsluitingsclausule. Voor een goed begrip is het nodig dat ik een eenvoudig voorbeeld neem. Vader en moeder doen een schenking van € 20.000,- aan hun – in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen – getrouwde dochter. Daarbij bepalen zij dat dit bedrag en dat wat ervoor in de plaats komt, alleen voor hun dochter is.
Uitsluitingsclausule en scheiding
De dochter is dus eigenaar van dit geldbedrag en blijft dat ook. Bij een echtscheiding hoeft zij dit bedrag niet te delen met haar ex. Heeft ze het geld gebruikt om aandelen te kopen, dan hoeft zij de waarde daarvan niet met hem te delen.
Het moet wel te traceren zijn wat zij met haar schenking heeft gedaan. Als zij het geld bijvoorbeeld op de gezamenlijke spaarrekening gestort heeft, dan wordt het lastig om te bepalen hoeveel geld er nog over is. Heeft zij het geld gebruikt om “leuke dingen van te doen” zoals het betalen van luxe vakanties, dan is ze het geld gewoon kwijt.
Uitsluitingsclausule en overlijden dochter
Heeft de dochter het geld netjes apart gehouden en heeft zij het niet “over de balk gesmeten” dan is duidelijk dat die € 20.000,- haar bezit zijn. Overlijdt de dochter, dan bestaat haar erfenis in ieder geval uit dat bedrag.
Haar erfgenamen zullen erfbelasting moeten betalen over haar nalatenschap en dus ook over het bedrag van die schenking. Wie haar erfgenamen zijn, volgt uit haar testament. Heeft zij geen testament, dan wijst de wet haar erfgenamen aan.
Ik ga er vanuit dat de dochter als erfgenaam alleen haar man nalaat. Hij moet dus in ieder geval erfbelasting betalen over € 20.000,-.
Zacht of hard
Maar slimme adviseurs hebben ontdekt dat het mogelijk is om te voorkomen dat de schoonzoon erfbelasting moet betalen over de gehele schenking. Want als de schenking zonder de uitsluitingsclausule was gedaan, dan zou die € 20.000,- juist wél in de gemeenschap van goederen zijn gevallen waarin de dochter en de schoonzoon getrouwd waren.
De schoonzoon zou in dat geval al eigenaar zijn van de helft, waardoor slechts € 10.000,- tot de erfenis van de dochter zou behoren. De schoonzoon erft die tien mille en hoeft alleen daarover erfbelasting te betalen.
Om dit gunstigere resultaat te bereiken maar tegelijkertijd te voorkomen dat de schoonzoon bij een echtscheiding ook € 10.000,- overhoudt van de schenking, hebben deze adviseurs de zogeheten zachte uitsluitingsclausule bedacht. Bij scheiding is de anti-schoonzoon clausule gewoon van toepassing, maar die geldt niet als de dochter overlijdt en zij op dat moment nog gelukkig getrouwd is.
Op deze manier kun je erfbelasting besparen.
Zelf ben ik overigens niet een voorstander van deze zachte clausule aangezien het nog maar de vraag is of de dochter overlijdt vóór de schoonzoon. En mocht dat wel zo zijn, dan valt nog te bezien of de weduwnaar wel erfbelasting hoeft te betalen. Tenslotte is de vrijstelling voor de langstlevende behoorlijk hoog.
Zachte uitsluiting en onwaardigheid te erven
Maar los van mijn bedenkingen is er nog een reden om voorzichtig te zijn met het klakkeloos kiezen voor de zachte uitsluitingsclausule. Dat blijkt uit een zaak die bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is voorgelegd.
De dochter had een schenking gekregen van haar moeder. De zachte uitsluitingsclausule was van toepassing. De schoonzoon bleek echter geen lieverdje. Hij mishandelde de dochter en heeft een gevangenisstraf uitgezeten.
De dochter overlijdt en haar man zou alles van haar erven, dus ook de schenking van € 20.000,-. De rechters oordeelden echter dat de schoonzoon onwaardig was om erfgenaam te zijn vanwege zijn losse handjes die hij (veelvuldig) had losgelaten op de dochter.
Maar de rechters waren daarnaast van mening dat die onwaardigheid niet kon voorkomen dat de man gewoon recht had op zijn helft van de gemeenschap van goederen waarin hij met de dochter was getrouwd. Doordat de zachte uitsluitingsclausule was opgenomen, viel de schenking wél in die gemeenschap. Daardoor had de onsympathieke schoonzoon nu recht op de helft van de schenking. Hij kreeg dus € 10.000,-.
Zou zijn schoonmoeder gekozen hebben voor de harde uitsluitingsclausule, dan zou de volledige schenking van € 20.000,- in de erfenis van de dochter zijn terechtgekomen. Doordat de man onwaardig was om te erven, zou hij in dat geval geen recht hebben gehad op € 10.000,-.
Advies
Juridisch klopt de redenatie helemaal, maar ik denk dat schoonmoeder zich de haren uit het hoofd trekt dat ze ooit de zachte uitsluitingsclausule heeft gebruikt. Haar adviseurs zouden daarover nooit iets verteld hebben, maar gewoon deze clausule in documenten opgenomen welke zij en haar dochter in vol vertrouwen hebben getekend.
Heb je al geschonken met een zachte clausule, dan valt dit niet meer te repareren. Maar als je nog gaat schenken, overleg eerst met je notaris. En als je daar toch bent, laat je notaris ook je testament checken. Want ook daarin kan een zachte of harde uitsluitingsclausule zijn opgenomen.

