Deskundigen zoals notarissen snappen waarom ik deze titel gekozen heb. Alle drie de onderwerpen hebben te maken met de corrigerende werking die rechterlijke uitspraken kunnen hebben op regels die door de wetgever worden opgesteld.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidaat notaris te Maastricht. Fotografie door Truus van Gog.

Dat klinkt alsof ik een technische verhandeling ga houden die niet voor jou als lezer van praktisch belang is. Toch denk ik dat je daar na het lezen van mijn stuk anders over denkt. Want in twee van de drie gevallen bepaalde de rechtbank in Breda dat de wetgever over de schreef was gegaan. De derde situatie is nog niet voorgelegd aan deze rechterlijke instantie, maar als dat nog gebeurt, verwacht ik een zelfde uitkomst.

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten te ruim ?

Als een ondernemer overlijdt, gaat de onderneming doorgaans over naar diens erfgenamen. Die moeten in beginsel erfbelasting over de waarde daarvan betalen. De wetgever meent dat dit tot gevolg kan hebben dat die onderneming vervolgens in zwaar weer terecht komt (of zelfs failliet gaat) omdat er vermogen onttrokken moet worden aan het bedrijf om deze belastingschuld te voldoen.

Daarom zijn er faciliteiten ingevoerd. Simpel gezegd hoeft over een deel van de waarde van het bedrijf helemaal geen erfbelasting betaald te worden. Is de onderneming méér waard, dan hoeft bovendien maar over een deel van dat meerdere afgerekend te worden door de erfgenamen.

Dat is heel aardig van de wetgever, maar voor een erfgenaam maakt het dus wel uit of er in de erfenis € 2 miljoen in contanten zit dan wel een onderneming die € 2 miljoen waard is. In het tweede geval betaal je namelijk véél minder erfbelasting.

De Rechtbank in Breda vond dat bij de laatste wijziging van deze faciliteit, waarbij de wetgever zowel het geheel vrijgestelde (basis)bedrag als het hogere, deels vrijgestelde (meer)bedrag verhoogde, een grens had overschreden. Hierdoor werd er gediscrimineerd tussen erfgenamen die geen onderneming erfden en die erfgenamen die wel een onderneming kregen.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad beslist dat de wetgever toch niet over de schreef was gegaan. Dat is jammer voor al die erfgenamen die (meer) erfbelasting hebben betaald omdat er geen onderneming in de erfenis zat.

Of de Hoge Raad gelijk heeft, is voorgelegd aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, omdat discriminatie bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de mens verboden is. Helaas heeft dit Hof die klacht niet ontvankelijk verklaard.

In Duitsland heeft het Constitutionele Hof zeven maanden daarna – in een vergelijkbare zaak – echter geoordeeld dat de Duitse regeling wél discriminerend is.

Het wachten is nu op een nieuwe zaak in Nederland die wél door het Europese Hof in behandeling genomen wordt.

Mantelzorg: Vader in huis en wel of niet een vrijstelling van € 6 ton ?

Dezelfde Rechtbank in Breda heeft recent een andere uitspraak gedaan, waarbij de wetgever wederom teruggefloten is inzake erfbelasting. Deze zaak heeft in de landelijke pers, o.a. de Volkskrant, veel aandacht gekregen. Dat is wat vreemd omdat het op zich om een beperkte groep belastingbetalers gaat.

Toch wil ik graag deze zaak onder uw aandacht brengen, omdat er uit blijkt dat deze rechters de wetgever zeer kritisch volgen.

Als een kind een ouder in huis neemt (of bij de ouder intrekt) en deze verzorgt, dan had het kind tot 1 januari 2015 recht op het Mantelzorgcompliment. Het kind kreeg dan van de Rijksoverheid € 200,- per jaar. Dit is niet direct een hoog bedrag, maar er was een (andere) hele goede reden om toch het compliment aan te vragen. Want het kind kreeg, onder omstandigheden, een hele hoge vrijstelling voor wat betreft de erfbelasting. In plaats van € 20.047,- werd dat namelijk € 633.014,-. Als het kind zonder vrijstelling 20% erfbelasting zou moeten betalen, dan vertegenwoordigt die verhoging een aanzienlijk bedrag.

De voorwaarden die door de wetgever zijn gesteld aan het in aanmerking komen voor deze vrijstelling zijn eigenlijk hele simpele. Zo moet de overheid het compliment aan het kind hebben toegekend op moment van overlijden van de zorgbehoevende ouder. Maar belangrijker is dat zowel de ouder als het kind geen (fiscale) partner mogen hebben. Dat komt omdat die vrijstelling van € 6 ton gelijk is aan de vrijstelling van de partner van de overledene.

De Rechtbank Breda vindt dat deze eis niet correct is. Alleen de zorgbehoevende ouder mag geen partner hebben. Anders zou een overledene feitelijk een vermogen van € 1,2 miljoen onbelast kunnen laten vererven. De helft naar de echte partner en de andere helft naar het kind dat de zorg verleent. De rechters hebben besloten dat het niet uit mag maken of het zorgverlenende kind een partner heeft of niet.

Simpel gezegd: de dochter neemt haar alleenstaande en terminaal zieke vader in huis en verzorgt hem. Zij krijgt daarvoor het Zorgcompliment. Vader overlijdt en laat dochter € 300.000,- na. Dochter hoeft daarover volgens de redenatie van de rechters geen erfbelasting te betalen omdat zij in aanmerking komt voor de partnervrijstelling, ondanks het feit dat dochter getrouwd is.

Ik heb hier niet direct een column over geschreven omdat het sinds 1 januari 2015 niet meer mogelijk is om bij de Rijksoverheid het zorgcompliment aan te vragen. Dus is de uitspraak praktisch gesproken alleen van belang voor alle kinderen die vorig jaar het compliment hebben gekregen en waarvan vader of moeder dit jaar overleden is of nog overlijdt. Maar dan moet de aanslag erfbelasting niet nu al definitief zijn geworden.

In verband met de toekomstige mogelijkheid om onbelast een ton te schenken, is de correctie die de rechter hier aanbrengt op de mogelijkheid van de overheid om nieuwe regels in te voeren zowel theoretisch als praktisch van belang.

Belastingvrij schenken tot een ton voor de Eigen Woning en slechts tot 40 jaar

Op Prinsjesdag werd formeel bekend gemaakt dat op 1 januari 2017 een nieuwe schenkingsvrijstelling wordt ingevoerd. Iedereen kan onbelast een ton geschonken krijgen van een willekeurige persoon. Ouders kunnen hun kind dat bedrag schenken, maar ook een oom of tante kan een neef of nicht een plezier doen. Zelfs een goede vriend of een buurman kan iemand op die manier belastingvrij geld cadeau doen.

Er zijn – volgens de plannen – twee eisen waaraan voldaan moet worden. Het geschonken bedrag moet besteed worden aan de Eigen Woning van de ontvanger. Dat wil zeggen dat die een nieuw huis moet kopen of voor dat bedrag zijn of haar bestaande huis moet verbouwen of moet aflossen op de hypotheekschuld. Deze eisen zijn niet nieuw en bestonden ook voor de zogeheten Gouden Jubel Vrijstelling van (ook) een ton die twee jaar heeft bestaan.

Belangrijker voor mijn verhaal is de tweede eis. De ontvanger (of diens partner) mag op het moment van schenking niet ouder zijn dan 40 jaar. De reden die daarvoor door de regering wordt gegeven is dat de maatregel bedoeld is om de woningmarkt te stimuleren. Daarmee wordt dus bedoeld dat mensen onder de 40 nog geen huis hebben, dan wel dat zij nog willen verbouwen of af willen lossen op hun woningschuld, terwijl mensen van 40 jaar en ouder al een (geheel verbouwde) woning hebben die bovendien schuldvrij is. Ik heb overigens nog geen cijfermatige onderbouwing hiervan gezien.

Op zich mag je als wetgever natuurlijk een leeftijdsgrens vaststellen (en die 40 jaar geldt ook als grens voor een algemene schenkingsvrijstelling), maar als je het koppelt aan een doel (stimulering woningmarkt) dan zul je de keuze voor die grens moeten onderbouwen.

Ik denk daarom dat als de regeling ongewijzigd en zonder nadere onderbouwing wordt ingevoerd, belastingplichtigen naar de rechter zullen gaan om deze harde grens onderuit te halen. De argumentatie zal dan gebaseerd zijn op mensenrechtenverdragen. Gaat de wetgever zijn boekje te buiten of niet, dat zal dan de vraag worden waarover de rechters zich mogen buigen.

Persoonlijk denk ik dat als zo’n zaak bij de Rechtbank in Breda terecht komt, deze rechters zeer kritisch naar de argumentatie van de overheid zullen kijken en die als onvoldoende onderbouwd zullen beoordelen.

Want als een oom twee nichtjes heeft waarvan de ene op 31 december 2016 haar veertigste verjaardag viert en de andere pas op 2 januari 2017, dan kan er aan de oudste nicht dus (net) niet belastingvrij een ton worden geschonken en aan de jongste (net) wel.

Praktische consequenties 

Wilt u iemand ineens € 100.000,- belastingvrij schenken, dan moet u dus met die schenking tot 1 januari 2017 wachten. Daarnaast moet dat geld op dat moment gebruikt worden om een eigen huis te kopen, te verbouwen of af te lossen op een op dat moment bestaande eigen woningschuld.

U kunt in 2015 of 2016 het geld eventueel al lenen aan de persoon die u financieel wilt steunen met de aankoop of verbouwing of her-financiering van de hypotheekschuld. Op 1 januari 2017 kunt u dan die schuld kwijtschelden, mits de ontvanger op dat moment jonger is dan 40 jaar.

Maar stel nu dat de ontvanger op 1 januari 2017 (als de nieuwe vrijstelling ingaat) al zijn of haar veertigste verjaardag heeft gevierd ? Als u de schenkingsakte goed laat formuleren door de notaris, dan kunt u op 1 januari 2017 die schenking toch onbelast doen. U maakt dan (collectief) bezwaar tegen de schenkingsaangifte die ongetwijfeld opgelegd zal worden en dan is het wachten op het oordeel van de rechters.

Zijn die van mening dat de wetgever de reden voor de harde grens van 40 jaar in verband met het beoogde doel onvoldoende onderbouwd heeft, dan is de schenking toch onbelast. Voor het geval dat mijn voorspelling niet uitkomt en (toch) geoordeeld wordt dat de wetgeving wel goed genoeg is, kan de notaris in de schenkingsakte een clausule opnemen waardoor er toch geen (belastbare) schenking zal plaatsvinden op 1 januari 2017.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Wilt u meer lezen over de (non-)discriminerende werking van de Nederlandse en de Duitse Bedrijfs Opvolgings Faciliteit (BOF), dan kunt u de afstudeerscriptie van mevrouw Audrey Hendriks vinden op haar site.

Ook lezenswaardig is het artikel Nogmaals de bof van Mr Arnoud W.M. Willems. Dit artikel is gepubliceerd in het Weekblad voor Privaatrecht Notariaat en Registratie (WPNR) van 26 september 2015 nummer 7076, pagina 784 en verder. Ik heb dat artikel helaas niet op internet gevonden.

Printversie

%d bloggers liken dit: