Soms kiest de wetgever voor eenvoud bij het opstellen van regels. Dat het nadeel van eenvoud voor allen in individuele gevallen verkeerd uitpakt, wordt dan door politiek Den Haag op de koop toegenomen.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de erfbelasting die berekend moet worden als een woning onderdeel uitmaakt van de erfenis. In artikel 21 lid 5 van de Successiewet is voor dit soort situaties vastgelegd dat de woning in de aangifte voor de erfbelasting opgenomen moet worden voor de WOZ-waarde en niet voor de feitelijke waarde ten tijde van het overlijden. Vindt een erfgenaam dat de WOZ-waarde te hoog is, dan moet er maar bezwaar aangetekend worden tegen de aanslag van de gemeente.
Mag de wetgever vanwege de eenvoud dan maar zonder restrictie regels makenĀ ?

