
Mr. Ernst Loendersloot, Sr. kandidaat notaris te Maastricht. Fotograaf: www.lauradehaanfotografie.nl
Geachte lezer,
In samenlevingscontracten en testamenten die ik voor samenwoners opstel, neem ik altijd een bepaling op dat de partner geen rechten zal hebben als de relatie verbroken is. Meestal staan daar duidelijke situaties omschreven wanneer de relatie geacht moet zijn verbroken te zijn, zoals wanneer er een aangetekende brief is verstuurd met opzegging van de relatie of als partijen de inboedel verdeeld hebben.
Maar ook gebruik ik daarnaast een algemene clausule “wanneer partijen feitelijk uit elkaar zijn en hun gemeenschappelijke huishouding hebben beëindigd”. Dat betekent wel dat in het uiterste geval de rechter er aan te pas moet komen om te bepalen waaruit blijkt dat er feitelijk sprake is van een breuk. Onlangs las ik over een uitspraak waarin dit aan de orde was.
De situatie
Een man en vrouw hadden een relatie en woonden ook samen. Ze hadden een samenlevingscontract getekend met daarin een zogeheten verblijvensbeding. Hierdoor zou de langstlevende alles krijgen dat tot het overlijden van één van hen hun gezamenlijk bezit was. Daarnaast hadden ze ook nog testamenten waarin de langstlevende tot erfgenaam benoemd was waardoor hij of zij ook de rest van het bezit zou erven.
De vrouw gaat alleen op vakantie en overlijdt ongeveer een maand na terugkomst (mogelijk aan een gebroken hart). Haar vriend had namelijk in haar vakantie een oude vlam ontmoet, bij wie hij ook was blijven “logeren” en had daarna nog maar één nacht in hun gezamenlijke woning geslapen.
