De laatste tijd passeer ik geregeld akten waarbij een kind de woning van zijn ouders overneemt om daar te gaan wonen. De Belastingdienst is bang dat bij zo’n transactie te weinig belasting wordt afgedragen. De fiscus gaat er vanuit dat ouders hun kind het huis gunnen voor een (te) lage prijs. Dan mist hij zowel een deel overdrachtsbelasting als schenkbelasting.

Al jaren is bekend dat de overdrachtsbelasting wordt geheven over de afgesproken koopprijs of – als die hoger is – de (markt)waarde van de woning. Bij een overdracht ouders-kind zal dus 2% betaald moeten worden over de hoogste van die twee bedragen, tenzij een beroep op de startersvrijstelling mogelijk is.

Welke waarde het uitgangspunt voor de schenkbelasting vormt, was echter tot voor kort onduidelijk. Dit komt door de speciale waarderingsregel van artikel 21 lid 5 Successiewet. Is er sprake van een schenking als de ouderlijke woning wordt overgedragen voor de (lagere) WOZ-waarde in plaats van de (hogere) marktwaarde ?

Medio juni heeft de staatssecretaris van Financiën dit punt opgehelderd: de WOZ-waarde is leidend om te bepalen of er al dan niet sprake is van een schenking.

Als de woning van de ouders eigenlijk € 310.000 waard is, maar zij die voor de WOZ-waarde van € 290.000 verkopen aan hun kind, hoeft geen schenkbelasting betaald te worden.

Is de koopsom € 280.000 (dus lager dan de WOZ-waarde), dan is wel schenkbelasting verschuldigd over – let op – het verschil tussen de marktwaarde en de koopsom. In het voorbeeld dus over € 30.000.

%d bloggers liken dit: