Bepaalde beroepsgroepen hebben een zwijgplicht en spreekverbod. Zoals een arts alleen aan jou mag vertellen aan welke ziekte je lijdt, zo mag de notaris ook niet uit de school klappen over wat jij hem hebt toevertrouwd. Dit wordt ook wel “het geheim van de spreekkamer”  genoemd. Het idee hierachter is dat je je wensen kenbaar moet kunnen maken zonder bang te zijn dat anderen hiervan weet krijgen.

Dit is een belangrijke verworvenheid die ver voert. Zelfs als jij aangeeft dat je arts of notaris aan derden mag doorgeven wat jij in de spreekkamer hebt verteld, zal deze zelf moeten afwegen of hij jouw “geheimen” wel mag delen.

Maar deze zwijgplicht kent ook grenzen.

Recent las ik hierover een uitspraak in kort geding. In een testament werd aan een legataris de eigendom van een aantal onroerende zaken vermaakt. De erfgenamen weigerden dit legaat uit te voeren.

De legataris moest bij de rechter hardmaken dat de overledene altijd al de intentie had om dit legaat te maken. Daarvoor wilde de legataris onder andere de gespreksnotities van de notaris gebruiken. Die weigerde echter afgifte daarvan vanwege zijn geheimhoudingsplicht.

De kortgedingrechter oordeelde dat op het eerste gezicht de belangen van de legataris zo groot waren, dat de notaris alle gevraagde inlichtingen moest verstrekken.

Alhoewel de uitkomst van dit kort geding misschien te billijken valt, hoop ik niet dat cliënten nu ineens voorzichtiger worden met wat ze mij in vertrouwen vertellen. Want als ik niet alle informatie heb, kan ik hen minder goed adviseren.

%d bloggers liken dit: