Bij samengestelde gezinnen heb je vaak te maken met tegenstrijdige wensen en belangen. De partners willen elkaar goed verzorgd achterlaten, maar ook dat hun vermogen bij de eigen en niet bij de stiefkinderen terecht komt.

Daar zijn verschillende oplossingen voor. Je kunt in een testament bepalen dat niet de langstlevende maar de eigen kinderen de erfenis krijgen. Als de langstlevende dan wel het vruchtgebruik van de nalatenschap krijgt, heb je een redelijke balans gevonden.

Ook de tweetrapsmaking is een optie. In dat geval is de langstlevende wel erfgenaam. Maar met de restrictie dat wanneer de langstlevende overlijdt, alles wat resteert van de erfenis van de partner die als eerste overleed alsnog naar diens eigen kinderen gaat.

In deze beide gevallen maakt het niet uit wanneer de langstlevende overlijdt. Uiteindelijk ontvangen de eigen kinderen het vermogen.

Maar volgens het Gerechtshof Amsterdam is er nog een goede optie: de dertig dagen-clausule. De langstlevende stiefouder is dan erfgenaam. Overlijdt deze echter binnen dertig dagen na de eerststervende, dan wordt gehandeld alsof de langstlevende nooit recht heeft gehad op de erfenis. Die komt dan automatisch toch terecht bij de kinderen van zijn of haar vooroverleden partner.  

Persoonlijk vind ik dit niet de beste methode om de verschillende belangen in evenwicht te brengen. Overlijdt de stiefouder op de 31e dag nadat zijn of haar partner is overleden, dan heeft de langstlevende toch recht op de erfenis. Die gaat in dat geval dus naar de kinderen van de langstlevende en niet naar die van de eerststervende.

%d bloggers liken dit: