Een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werpt een ander licht op de term “bonus kind”. Ik dacht altijd dat hiermee de kinderen uit de vorige relatie van je partner worden bedoeld. In sprookjes ben jij dan de boze stiefvader of -moeder. Maar als de relatie goed is, wordt in zogenaamde samengestelde gezinnen dus gesproken over een bonus kind.

Bij het lezen van de uitspraak bekroop mij het gevoel dat de stiefvader de bonus vooral in financiële termen zag. Beter gezegd: dat hij de stiefzoon als geldautomaat beschouwde. De ouders van de jongen waren gescheiden. Voordat hun bezittingen verdeeld waren, overleed vader. Moeder hertrouwt en overlijdt enkele jaren later. Stiefvader gaat vervolgens met zijn bonuszoon naar de notaris toe om een akte te tekenen. De jongeman was toen net twee weken meerderjarig en nog afhankelijk van zijn stiefvader.

In de akte stond een bepaling dat de jongen geld en rente schuldig was aan zijn stiefvader vanwege onder andere de kosten van zijn opvoeding. Die had stiefvader namelijk al jaren betaald, ook na het overlijden van zijn vrouw. In totaal ging het om € 439.648,74.

De rechter wijst de claim af op grond van de artikelen 404 en 395 van Boek 1 Burgerlijk Wetboek. Door het aangaan van een huwelijk krijgt een stiefouder een eigen onderhoudsverplichting jegens de stiefkinderen.

Volgens het sprookje was Assepoester het sloofje van haar gemene stiefmoeder en -zusjes en moest er een prins aan te pas komen om haar te redden. In real-life doet de rechter dat.

%d bloggers liken dit: