Negatieve rente is het fenomeen dat je als klant de bank moet betalen om je geld bij die instelling te mogen aanhouden. Notarissen hebben daar al langer last van, omdat de Derdengelden-rekening voor de banken een rekening van een zakelijke klant is. Ook al is het geld op die rekening niet van de notaris maar van de  cliënten en staat het geld er vaak maar voor korte tijd.

Op dit moment speelt dit bij de meeste particulieren nog niet omdat het saldo op de spaarrekening(en) lager is dan de relatief hoge drempel. Maar de banken hebben die drempel al één of meer keren verlaagd en verdere bijstelling naar beneden is niet uitgesloten.

Stel dat je in de “gelukkige” omstandigheid verkeert dat je negatieve rente moet betalen, heb je mogelijkheden om dat te vermijden? In dit stuk zal ik er twee benoemen die de notaris soms adviseert.

Schenkingen

Als het saldo op je spaarrekening onder de drempel van de bank blijft, is er niets aan de hand. Maar heb je meer daarop staan, dan kom je aan het betalen. Door het surplus weg te geven, kun je er voor zorgen dat je weer onder de grens komt.

Weggeven betekent echter onmiddelijk dat je rekening moet houden met de schenkbelasting. Veel mensen vinden het jammer als een deel van hun spaargeld bij de Belastingdienst terecht komt in plaats van bij de bank.

Nu is de overheid zo vriendelijk dat je sommige instellingen onbelast ongelimiteerd geld mag geven. Dan gaat het om zogenaamde ANBI-instellingen. Dat zijn (door de Belastingdienst) goedgekeurde Algemeen Nut Beogende Instellingen, oftewel goede doelen.


Wil je het geld toch liever binnen de familie houden, dan mag je fiscaal gezien ook ongelimiteerd vermogen weggeven. Maar dan heft de Belastingdienst wel schenkbelasting als de schenkingen boven bepaalde drempels uitkomen. Een overzicht van deze vrijgestelde bedragen kun je vinden op de site van de Belastingdienst. Dat is van belang omdat die drempel-bedragen ieder jaar aangepast worden.

Simpel gezegd gelden voor 2021 de volgende vrijgestelde bedragen:

Schenker             aan           willekeurige andere personen:  € 3.200

Grootouder(s)      aan           kleinkind:                                  € 3.200

Ouder(s)              aan           kind:                                         € 6.500

(normaal)

Ouder(s)              aan           kind:                                         € 27.000

(eenmalig, zonder bestedingseis)

Ouder(s)              aan           kind:                                         €105.000

(eenmalig, mits geld besteed wordt aan de eigen woning van het kind of een dure studie en kind jong genoeg is).

Je adviseur of notaris kan je meer vertellen over de exacte eisen die bij schenkingen horen.

Wil je gebruikmaken van één of meer van deze opties om het saldo op je spaarrekening te verlagen, dan raad ik aan om het geld over te maken met een zogenaamde uitsluitings-clausule. Daarmee voorkom je dat, mocht de ontvanger in een (v)echtscheiding verzeild raken, zijn of haar ex-partner de helft van de schenking krijgt. Boek het geld bovendien niet naar een en/of-rekening over, maar naar een rekening die alleen op naam van de begunstigde staat.

Familiebank

Een alternatief voor het aanhouden van een hoog saldo op je spaarrekening is de zogenaamde familiebank. Het aardige is dat je hiermee niet alleen zorgt dat je geen negatieve rente hoeft te betalen aan de bank. Je kunt ook meer (positieve) rente ontvangen dan de bank je nu biedt.

De ouders lenen in deze constructie hun spaargeld uit aan hun kind, dat daarmee een Eigen Woning (als bedoeld in de Inkomstenbelasting) koopt of verbouwt. Of het kind lost met het geld de hypotheek versneld af bij de bank. Het kind betaalt de ouders dan rente over deze lening (die kwalificeert als Eigen Woning Schuld), waarna het kind deze rente aftrekt van de inkomstenbelasting.

Hoe hoog of hoe laag mag de rente zijn ?
Op 21 april 2021 heeft het Ministerie van Financiën een brief gestuurd vanwege een ingediend WOB-verzoek. De geadresseerde had namelijk gevraagd om openbaarmaking van de interne regels van de Belastingdienst inzake familieleningen. Die blijken te staan in de “Handreiking familieleningen”.

Na lezing daarvan is mijn conclusie dat de rente die een ouder aan een kind mag rekenen, gelijk moet zijn aan de rente die een externe financiële partij, zoals een bank, onder gelijke omstandigheden in rekening brengt bij een klant.

Dat wil niet zeggen dat ouders aan hun kind een rente mogen rekenen gelijk aan die van een Doorlopend Krediet als de ouders geen hypothecaire zekerheid hoeven. Als een bank wel hypothecaire zekerheid eist voordat ze een lening verstrekt, dan zal de toetsrente gelijk zijn aan de rente die de bank rekent in geval van een hypothecaire lening.

Het is dus aan te raden dat het kind naar een financieel adviseur gaat en daar een hypotheekofferte van één of meer banken vraagt. De offerte-rente kan dan door de ouders gebruikt worden in de leningsovereenkomst tussen henzelf en hun kind.

Blijkt uit de berekeningen van de financieel adviseur dat geen enkele bank een (door een hypotheekakte) gedekte lening wil verstrekken, dan kan gekeken worden of er banken zijn die een ongedekte (persoonlijke) lening willen verstrekken (tegen een hoger rentepercentage).

Pas als dat het geval is, mag die hogere rente gebruikt worden in de verhoudingen tussen de ouders en het kind.

Maar let op: het betreft hier een interne notitie van de Belastingdienst. Het is niet gezegd dat de daarin neergelegde visie juridisch klopt. Uiteindelijk is dat aan de wetgever of de rechterlijke macht.

%d bloggers liken dit: