Veel mensen weten na een tijdje niet meer wat ze hebben vastgelegd in hun huwelijkse voorwaarden. Wekelijks komen tijdens gesprekken met cliënten één of meer enveloppen boven water. Daarin zitten dan al hun notariële akten. Zoals het “eigendomsbewijs”, de (overgesloten) hypotheken, huwelijkse voorwaarden en (zowel oude als nieuwe) testamenten.

Vaak vertellen ze er dan bij dat ze al jaren niet meer er naar gekeken hebben en ze nog flink hebben moeten zoeken om ze te vinden. Zeker als het gaat om de huwelijkse voorwaarden, kan die desinteresse financieel nadelig uitpakken.

Periodiek verrekenen of toch finaal

In de grote meerderheid van de huwelijksvoorwaarden staat namelijk een zogenaamd periodiek verrekenbeding. Dat houdt in dat partijen hebben afgesproken dat ze jaarlijks vastleggen hoeveel ieder aan inkomen heeft gehad en wat ze aan het einde van het betreffende kalenderjaar daarvan overhielden nadat de kosten van de huishouding betaald waren. Negen van de tien keer hebben ze na het wisselen van het Ja-woord nooit verrekend.

Meestal staat in die huwelijksvoorwaarden ook nog een zogenaamde vervaltermijn. Die houdt in dat als niet binnen – bijvoorbeeld – vijf jaar daadwerkelijk verrekend is, het recht om dat te doen vervalt. Het gevolg daarvan is weer dat bij het einde van het huwelijk tussen de echtgenoten afgerekend moet worden alsof er nooit huwelijkse voorwaarden hebben bestaan. Oftewel: alsof zij in de wettelijke gemeenschap van goederen waren getrouwd. Bij een huwelijk dat is gesloten vóór 1 januari 2018 houdt dat in dat uitgegaan wordt van een algehele gemeenschap. Veelal is een reden om huwelijkse voorwaarden op te laten stellen nu net dat de echtgenoten die gemeenschap niet wensen. 

Jaarlijks is ieder jaar
Onlangs speelde dit in een tuchtzaak. Volgens de accountant van de man hoefde vanwege de vervaltermijn slechts iedere vijf jaar een berekening gemaakt te worden. Wel moest voor elk van de voorafgaande vijf jaren uitgerekend worden hoeveel overgespaard inkomen er in dat jaar was. Die mening van de accountant werd echter niet ondersteund door hetgeen in de huwelijkse voorwaarden stond. De afspraken daarin waren duidelijk: ieder jaar verrekenen met een vervalbeding van vijf jaar.

Nu er niet jaarlijks verrekend was, gold de regel dat er een finale afrekening moest plaatsvinden. Dus alsof partijen in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen waren gehuwd. De ex-echtgenoot moest daarom de helft van de waarde van zijn praktijk aan zijn ex-echtgenote uitbetalen.

Het is dus van groot belang om te weten wat in uw huwelijkse voorwaarden staat. Haal ze tevoorschijn en lees ze door. Maar vooral: leef (desnoods met terugwerkende kracht) de afspraken na.

Want bij een echtscheiding zal er 50/50 verdeeld moeten worden als dat niet het geval is geweest.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

PRINTVERSIE met hyperlinks

%d bloggers liken dit: