Vaste lezers van mijn artikelen kennen de navolgende situatie al en zullen misschien een déjà-vu gevoel krijgen. Ik raad hen toch aan om door te lezen omdat we nu een tweede stap in deze saga zetten. Maar daarmee zijn we er nog niet. De Belastingdienst zal hier niet rusten.

De reden om dit artikel te schrijven, is simpel: een goede estate-planner zal bij een advies voor een (aanstaand) echtpaar ook kijken naar hun huwelijkse voorwaarden. Daarmee kan namelijk een belastingvoordeel worden behaald.

In de casus die de aanleiding is voor dit artikel, gingen een zeer vermogende man en een iets minder vermogende vrouw trouwen onder het maken van huwelijkse voorwaarden. Hun vermogens zouden niet worden gedeeld en bleven dus van ieder van hen privé.

Wel lieten zij in de akte door de notaris vastleggen dat één specifieke bankrekening gemeenschappelijk eigendom zou worden. Niet alleen konden zij allebei over het saldo beschikken, maar ze werden hierdoor samen eigenaar van dat geld, ieder voor de helft.

De man maakte vervolgens €10 miljoen over naar die rekening.

De Belastinginspecteur was van mening dat de man €5 miljoen aan de vrouw had geschonken aangezien zij op grond van de huwelijkse voorwaarden voor de helft eigenaar was van het saldo. De vrouw ontving dus een schrijven van de fiscus, niet om haar te feliciteren met haar huwelijk, maar een dwingend verzoek om een fors bedrag aan schenkbelasting aan de Ontvanger te voldoen.

Geen heffing
In eerste instantie was de rechtbank het niet eens met de inspecteur. In hoger beroep onderschrijft ook het Gerechtshof de redenatie van de inspecteur niet.

De rechtbank was van mening dat het aangaan van een huwelijk nooit een schenking is. Ook niet als een miljardair trouwt met iemand die geen cent te makken heeft, Zelfs niet als zij in een algehele gemeenschap van goederen trouwen, waardoor de ene partner ineens recht heeft op de helft van het vermogen van de andere partner.

De reden daarvoor is, dat pas aan het einde van het huwelijk bepaald kan worden of zij er financieel er op vooruit is gegaan.

Stel dat de man zijn vermogen door verkeerde beleggingen verliest, dan heeft het echtpaar aan het einde van de rit niets over. De vrouw is er financieel dus niet op vooruit gegaan.

Het Gerechtshof begint iets formeler. Gemeld wordt dat door het opstellen van de huwelijkse voorwaarden enkel een gemeenschap van bankrekening is ontstaan. Aangezien in de notariële akte wel het rekeningnummer is vermeld, maar niet het bedrag op die rekening, kan niet gesteld worden dat de vrouw er direct op vooruit is gegaan, laat staan hoe veel.

Het saldo op de rekening kan tenslotte van minuut tot minuut veranderen. Bijvoorbeeld door overboekingen, opnames of betalingen. Maar bijvoorbeeld ook doordat de man slecht belegt en de bank het saldo op de rekening gebruikt om negatieve beleggingsresultaten aan te zuiveren. Hoe groot de tussen de echtelieden bestaande gemeenschap is, blijft onduidelijk zolang het huwelijk bestaat.

Die redenatie wordt doorgetrokken naar het echtpaar in deze Gelderse zaak. Weliswaar heeft de man het geld gestort, maar het is onduidelijk of de vrouw er voordeel bij heeft. Pas bij ontbinding van het huwelijk door overlijden van één van de echtgenoten of bij echtscheiding kan een eindtelling worden opgemaakt.

Dus de inspecteur vist hier achter het net. Althans voorlopig. Ik verwacht namelijk dat er cassatie wordt ingesteld en de Hoge Raad om een oordeel zal worden gevraagd. Want het blijft voor de belastingdienst moeilijk te verteren dat het aangaan van een zeer beperkte gemeenschap van goederen (in deze situatie alleen die van die ene bankrekening) géén schenking is.

Estate planning met huwelijkse voorwaarden
Een estate planner zal altijd de huwelijkse voorwaarden van zijn of haar cliënten bestuderen, om te bekijken of erfbelasting bespaard kan worden door deze aan te passen.

Meestal gaat het dan niet om zulke extreme situaties als hiervoor aangegeven, maar om het moderniseren van “oude” voorwaarden.

Bijvoorbeeld als de man en de vrouw dertig jaar geleden onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen zijn gehuwd, omdat de man een eigen onderneming zou starten. Vervolgens heeft de man de woning op zijn naam aangekocht. Anno 2019 is de onderneming verkocht.

Als de man nu als eerste overlijdt, erft de vrouw de gehele woning. Zij moet dan erfbelasting afdragen over de totale waarde. Als de echtgenoten hun huwelijkse voorwaarden wijzigen naar “gemeenschap van woning”, is de vrouw voor de helft eigenaar geworden. Slechts de andere helft van de waarde van de woning behoort dan nog tot de erfenis van de man. Daardoor kan een besparing van 50% van de erfbelasting (voor wat betreft de woning) worden behaald.

Let op: als het niet de man is die als eerste overlijdt maar de vrouw die kort na de wijziging dood gaat, wordt er juist geen besparing gerealiseerd. In dat geval moet de man betalen over de helft van de vrouw (terwijl de man vóór de opheffing van de huwelijkse voorwaarden eigenaar was van die helft). Een goed advies is dus noodzakelijk, maar het is nooit met volledige zekerheid vast te stellen of aanpassing van huwelijkse voorwaarden fiscaal altijd gunstig is.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

PRINTVERSIE met hyperlinks

%d bloggers liken dit: