Langstlevende testamenten moeten de weduwe/weduwnaar beschermen tegen op geldbeluste kinderen. Omgekeerd beschermen ze de kinderen echter niet tegen langstlevenden die het geld zelf verbrassen. Dat blijkt weer eens uit een recente tuchtuitspraak.

Vader overleed in 2008 en liet een vrouw, een zoon en een dochter achter. In 2015 draagt moeder haar huis over aan haar zoon voor de getaxeerde waarde van €275.000. Hij betaalt daadwerkelijk €90.000. De rest van de koopsom wordt weggestreept tegen zijn vadersdeel van €53.000 en papieren schenkingen van moeder aan hem. Uiteindelijk moet hij nog €49.691 betalen aan zijn moeder, waarvoor hij een hypotheekakte tekent met moeder als schuldeiser.

Als moeder enkele jaren later overlijdt, zijn de €90.000 helemaal op. Er is dus geen geld om het vadersdeel van de dochter volledig uit te betalen. Verhaal halen bij haar broer werkt niet afdoende aangezien deze slechts €49.691 hoeft af te lossen aan de erfgenamen van moeder.

Het gaat om een tuchtuitspraak dus om de vraag of de notaris eigenlijk wel de akte van levering had mogen passeren. De rechters zijn van mening dat de notaris toen geen reden had om aan te nemen dat de dochter benadeeld zou worden. Moeder ontving tenslotte €90.000 en het restant van de koopsom was afgedekt middels hypothecaire zekerheid, zodat de erfgenamen in ieder geval dat bedrag ad €49.691 konden gebruiken om aan de dochter haar vadersdeel af te lossen. Dat is namelijk een schuld van de overledene aan de dochter.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Printversie: klik hier.

%d bloggers liken dit: