Recent las ik een interessante uitspraakvan de rechtbank Gelderland. Een zeer vermogende man en een iets minder vermogende vrouw gingen trouwen onder het maken van huwelijkse voorwaarden. Hun respectievelijke vermogens zouden niet worden gedeeld en bleven respectievelijk van de man en de vrouw. 

Wel lieten zij in de akte door de notaris vastleggen dat een bankrekening gemeenschappelijk eigendom zou zijn. Het saldo op deze rekening zou dus van hen samen zijn, ieder voor de helft.

Vervolgens boekte de man daar EURO 10 miljoen op over. 

De Belastinginspecteur was van mening dat de man EURO 5 miljoen aan de vrouw had geschonken en stuurde haar een aanslag schenkbelasting. 

Geen heffing

De rechtbank was het niet eens met de inspecteur en vooral één van de redenen daarvoor is interessant genoeg om u daar meer over te vertellen.

Allereerst wordt gemeld dat het aangaan van een huwelijk nooit een schenking is. Ook niet als een miljardair trouwt met iemand die geen cent te makken heeft, Zelfs niet als zij in een algehele gemeenschap van goederen trouwen, waardoor de vrouw ineens recht heeft op de helft van het vermogen van de man.

De reden daarvoor is, dat pas aan het einde van het huwelijk bepaald kan worden of zij er financieel er op vooruit is gegaan. Stel dat de man zijn vermogen door verkeerde beleggingen verliest, dan heeft het echtpaar aan het einde van de rit niets over. De vrouw is er financieel dus niet op vooruit gegaan.

Die redenatie wordt doorgetrokken naar het echtpaar in deze Gelderse zaak. Weliswaar had de man het geld gestort, maar het is onduidelijk of de vrouw er voordeel bij heeft. Pas bij ontbinding van het huwelijk door overlijden van één van de echtgenoten of bij echtscheiding kan een eindtelling worden opgemaakt. 

Maar de intentie om de wederhelft te bevoordelen is er dan niet meer. Als die er al was, dan was dat op het moment van het wisselen van het Ja-woord. 

Dus de inspecteur vist hier achter het net.

Estate planning met huwelijkse voorwaarden

Een estate planner zal altijd de huwelijkse voorwaarden van zijn of haar cliënten bestuderen. Want mogelijk kan er erfbelasting bespaard worden door deze aan te passen.

Meestal gaat het dan niet om zulke extreme situaties als hiervoor aangegeven. Vaker zal er voor gekozen worden om “oude” voorwaarden te moderniseren.

Bijvoorbeeld als de man en de vrouw dertig jaar geleden onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen zijn gehuwd, omdat de man een eigen onderneming zou starten. Vervolgens heeft de man de woning op zijn naam aangekocht. Anno 2019 is de onderneming verkocht. 

Als de man nu als eerste overlijdt, erft de vrouw de gehele woning. Zij moet dan erfbelasting afdragen over de totale waarde. Heffen de echtgenoten hun huwelijkse voorwaarden op en kiezen zij voor een stelsel van “gemeenschap van woning” dan is de vrouw voor de helft eigenaar geworden. Slechts de andere helft van de waarde van de woning behoort nu tot de erfenis van de man. Daardoor kan een besparing van 50% van de erfbelasting (voor wat betreft de woning) worden behaald.

Let op: als het niet de man is die als eerste overlijdt maar de vrouw die kort na de opheffing dood gaat, wordt er juist geen besparing gerealiseerd. In dat geval moet de man betalen over de helft van de vrouw (terwijl de man vóór de opheffing van de huwelijkse voorwaarden eigenaar was van die helft). Een goed advies is dus noodzakelijk, maar het is nooit met volledige zekerheid vast te stellen of aanpassing van huwelijkse voorwaarden altijd fiscaal gunstig is.

Overigens heeft de inspecteur hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak die de aanleiding was voor dit stuk. Het kan dus zijn dat een Gerechtshof of de Hoge Raad straks anders oordeelt.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  


PRINTVERSIE

%d bloggers liken dit: