Onlangs las ik een uitspraak waar een mogelijk fiscaal voordeel heeft geleid tot een fors nadeel voor een deel van de kinderen. Graag wil ik je daar iets over vertellen omdat jij als financieel adviseur daarmee je toegevoegde waarde voor je cliënten kunt vergroten. 

Het betrof hier een groot gezin uit de regio Nijmegen. Dit gezin bestond uit een vader, moeder en elf kinderen. Vader overleed in 1994 en moeder onlangs. Nadat zij weduwe was geworden, is zij niet hertrouwd en ook verder was er geen sprake van problemen in de familie. Althans, moeder had geen van haar elf kinderen onterfd. Wel had zij nog een testament opgemaakt en een executeur benoemd. Dat is wel zo praktisch als je elf kinderen hebt die ook al op leeftijd zijn. 

Vader had een zogenaamd langstlevende testament (ook wel ouderlijke boedelverdeling of 1167 testament genoemd) op laten stellen. Daarin had hij vastgelegd dat zijn echtgenote al het vermogen zou erven en dat de zogenaamde vadersdelen pas aan hun elf kinderen uitbetaald zouden worden nadat ook de langstlevende (zijn echtgenote en de moeder van deze kinderen) overleden zou zijn. 

Ook was er opgenomen in dat testament dat de kinderen (achteraf) over hun vadersdeel een rente uitbetaald kregen. Zo’n renteclausule kan fiscaal voordelig uitpakken omdat het vermogen van de langstlevende ieder jaar verder uitgehold wordt. Bij het overlijden van de langstlevende is haar vermogen voor de berekening van de erfbelasting namelijk minder groot dan het op het eerste gezicht lijkt. Eerst moeten de vadersdelen en de rente uitbetaald worden en pas dan is duidelijk hoe groot (of klein) haar erfenis is. 

Zijn haar erfgenamen en haar “schuldeisers” op basis van het testament van haar overleden echtgenoot dezelfde personen, dan is er niets aan de hand. Aangezien je geen schuld aan jezelf kunt hebben, valt de plicht tot aflossing geheel weg tegen het recht op betaling. Het fiscale voordeel voor de erfbelasting blijft. 

Maar in Nijmegen ging het mis. Negen van de kinderen aanvaarden de erfenis namelijk zuiver, terwijl de andere twee deze beneficiair aanvaarden. Weliswaar werden alle elf kinderen door de aanvaarding van de erfenis aansprakelijk voor de aflossing van de schulden van hun moeder, maar twee kinderen beperkten deze aansprakelijkheid tot hun moedersdeel. De andere negen zijn echter ook met hun eigen vermogen aansprakelijk.  

Juridisch waren er dus ineens twee “clubs”. De ene werd gevormd door de elf kinderen die recht hadden op uitbetaling van hun vadersdeel inclusief de fors opgelopen rente. De andere bestond uit negen erfgenamen van moeder die volledig aansprakelijk waren voor de afbetaling daarvan en twee van haar kinderen die beperkt aansprakelijk waren. In dit geval is dus geen sprake van tegen elkaar wegstrepen of broekzak/vestzak.  

Twee van moeders erfgenamen hoeven namelijk niet meer bij te dragen dan ze uit de erfenis van moeder krijgen. De andere negen moeten ervoor zorgen dat er voldoende geld is om vadersdeel met rente volledig af te lossen. Desnoods door hun eigen vermogen aan te spreken. 

Twee van moeders erfgenamen kregen dus uiteindelijk meer geld overgeboekt dan de andere negen. Simpelweg door gebruik te maken van juridische mogelijkheden. 

Wat kun jij nu hiermee in jouw praktijk? 

Heb jij een cliënt of cliënte die weduwnaar of weduwe is, vraag dan eens of zijn of haar overleden echtgenoot/-genote een langstlevende testament met renteclausule had. Is dat het geval, vertel dan over de Nijmeegse familie die nu uit elkaar is gevallen en stuur ze voor verder advies naar de notaris toe. 

Maar misschien is een kind van zo’n echtpaar jouw cliënt(e). In dat geval moet je hem of haar waarschuwen de erfenis van de langstlevende ouder niet zuiver te aanvaarden, maar beneficiair. 

Printversie

%d bloggers liken dit: