Mensen die liever geen belasting betalen over hun vermogen, richten nog wel eens een BV op om daarin hun geld onder te brengen.

Door hun spaargeld in die BV te stoppen, hevelen ze vermogen over van Box 3 naar Box 2 en ontlopen ze de Vermogensrendementsheffing die voor Box 3 vermogen geldt.

Een vermogende Nederlander dacht zo ook een fiscaal voordeel te kunnen behalen, maar dat pakte (nog) niet goed uit. Op 31 december 2012 richt hij zijn Spaar BV op. In de akte van oprichting is vermeld dat het aandelen kapitaal € 100,- is. Na ondertekening van de akte boekt hij nog € 1,5 miljoen over op de Derdengeldenrekening van de notaris, met als omschrijving: “Agiostorting”.

Agio kun je zien als extra vermogen van de BV dat zonder beperkingen uitbetaald kan worden aan de aandeelhouder. Een aandeelhouder kan dus eenvoudig beslissen om geld in de BV te storten of het er weer uit te halen.

De fiscus doet alsof die € 1,5 miljoen gewoon spaargeld is en legt een forse naheffing op aan de belastingplichtige. Deze was het hier uiteraard niet mee eens. De laatste stand van zaken is dat het Gerechtshof in Den-Bosch de inspecteur gelijk geeft.

De fiscus mag over € 1,5 miljoen gewoon heffen omdat het Box 3 vermogen is, ook al stond het op de peildatum van 1 januari 2013 niet op de spaarrekening maar op de Derdengeldenrekening van de notaris. Reden is dat de belastingplichtige niet verplicht was om agio te storten.

Het laatste woord hierover is nog niet gezegd, want de zaak is in cassatie voorgelegd aan de Hoge Raad. Of de Spaar BV populair blijft, is de vraag.

Schrijf in voor de GRATIS nieuwsbrief. Klik hier. 

Printversie

%d bloggers liken dit: