Het hoogste punt van Europees Nederland ligt bij het Drielandenpunt in Vaals op 322,4 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP). De Sint-Pietersberg in Maastricht is met een top van 171 meter boven NAP een stuk kleiner en de Cauberg in Valkenburg is met 134 meter nog iets lager.

Niet alleen bij hoogte, maar ook bij oppervlakte gaat het om universele afspraken over hoe er gemeten moet worden. Onlangs las ik een uitspraak van de Hoge Raad over de (onjuiste) oppervlakte van een appartement in Amsterdam.

In de verkoopbrochure van de makelaar was opgegeven dat er sprake was van ongeveer 80 m2 woonoppervlakte. Met daarbij een disclaimer dat er geen rechten ontleend konden worden aan opgegeven afmetingen. Nadat de overdracht van de eigendom had plaatsgevonden, ontdekte de koper dat hij maar circa 72 m2 oppervlakte had verkregen en sprak hij de verkopend makelaar aan. Hij had te veel betaald en deze schade wilde hij vergoed krijgen van de makelaar.

De Hoge Raad wees de claim toe en dat is bijzonder. Allereerst omdat er tussen de makelaar en de koper geen contractuele relatie was, waardoor de grond voor de vergoeding alleen in het leerstuk van de onrechtmatige daad kon liggen.

Maar belangrijker is dat de Hoge Raad de disclaimer van de makelaar afwees. Hij was aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en de ledenraad heeft besloten dat “hun” makelaars conform de norm van NEN 2580 moeten meten. Volgens die richtlijn was het appartement niet 80 m2 maar slechts 72 m2 groot.  

Het niet volgen van de verplichte meet-instructie geeft weliswaar een fraaier resultaat, maar leidt ook tot een verplichting schade te betalen. Een makelaar kan zich niet ongestraft onttrekken aan de regels van zijn branche-organisatie.

Printversie

 

%d bloggers liken dit: