Belasting besparen is volksport nummer 1 in Nederland. Van alles wordt gedaan om maar zo min mogelijk geld in de schatkist te hoeven storten. Uit deze staatsruif worden echter allerhande voorzieningen betaald waar “we” allemaal voordeel van hebben. Dat moet een keer spaak lopen en soms is dat voor individuele belastingbetalers al snel.

Zo ook met twee mensen die al van hun AOW genieten en een LAT-relatie hebben. Ieder zijn eigen woning en huishouden en samen leuke dingen doen. Wordt het (te) laat om nog naar het eigen huis te gaan, dan blijven ze bij elkaar slapen.

Omdat zij formeel gescheiden wonen, krijgen ze allebei de hogere AOW voor een alleenstaande. Dit geldelijke voordeel willen zij niet opgeven.

Maar doordat zij formeel gescheiden levens leiden, moet er meer erfbelasting betaald worden als één van hen overlijdt en de ander tot erfgenaam heeft benoemd in een testament. In plaats van 10% moet dan minimaal 30% afgerekend worden met de fiscus.

Om dit nadeel op te vangen, hebben ze bedacht dat ze een geregistreerd partnerschap aangaan, terwijl ze wel apart blijven wonen. Hierdoor zal niet alleen het lagere tarief uit de Successiewet van toepassing zijn, maar ook het vrijgestelde bedrag van slechts € 2.100,- aanzienlijk verhoogd worden naar ruim € 630.000,-. Dit forse belastingvoordeel willen ze niet laten lopen.

Na het registreren bij de Burgerlijke stand, blijkt echter dat het fiscale voordeel direct een flink financieel nadeel heeft. Zij worden namelijk gekort op hun AOW. Zoals de rechter opmerkt Betrokkene en zijn partner hebben gekozen voor een zakelijke regeling, waaruit blijkt van het zorgdragen voor elkaars – huidige en toekomstige – financiële situatie. Dit alles staat in de weg aan de conclusie dat betrokkene en zijn partner op en na 1 oktober 2013 ieder een eigen leven leidden als waren zij ongehuwd.

Zou de uitkomst anders zijn geweest als dit koppel een samenlevingscontract had getekend? Ik denk het niet omdat je dan ook afspraken vastlegt.

Printversie

%d bloggers liken dit: