Waardig sterven, dat is wat iedereen volgens mij wil. Notarissen kennen daar een soort tegenhanger van: onwaardig zijn om te erven.

Iemand kan weliswaar erfgenaam zijn, maar zich dusdanig gedragen hebben, dat hij of zij niets uit een erfenis mag ontvangen. Hiertoe is een regeling in de wet opgenomen en wel in artikel 3 lid 1 letter b van Boek 4 van het Burgerlijk wetboek.

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Mr Ernst Loendersloot, Senior kandidata notaris te Maastricht. Fotograaf: Truus van Gog

Zwaar misdrijf, zware straf
Simpel gezegd moet een (potentiële) erfgenaam een misdrijf hebben begaan én daarvoor veroordeeld zijn. Op dat misdrijf moet een minimale straf staan van vier jaar. En als laatste moet het slachtoffer degene zijn van wie de dader anders zou erven.

Ter geruststelling van pubers: maak je ruzie met je vader als die je huisarrest geeft omdat je te laat thuis was van een avondje stappen met vrienden, dan ben je daarmee nog niet je erfenis kwijt.

In een recente zaak die bij de Rechtbank Den-Haag speelt, kun je zien wat in ieder geval verkeerd gedrag is. Daarin wordt bovendien het thema vergiffenis aan de orde gesteld. 

Je speelt met vuur
In 2004 wordt een man als enig erfgenaam opgenomen in een testament. De man woont ook bij de testateur in huis. In 2012 zorgt de curator van de testateur er voor, dat de man uit het huis wordt gezet.

De man is hier zo woedend over dat hij brand sticht in de woning. Hij wordt daarvoor in 2013 strafrechtelijk veroordeeld. In 2016 overlijdt de testateur en blijkt dat hij zijn testament sinds 2004 niet gewijzigd heeft.

Is de brandstichter onwaardig om te erven op grond van artikel 3 lid 1 letter b van Boek 4 van het Burgerlijk wetboek ?

Misdrijf tegen de overledene ?
Overduidelijk is hier, dat de man veroordeeld is voor de brandstichting. De maximale gevangenisstraf hiervoor is zo lang dat het foute gedrag onder de handelingen valt waardoor je je rechten als erfgenaam kunt verliezen.

De zaak draait om de vraag of de brandstichting in 2013 eigenlijk wel gericht was tegen de overledene. De brandstichter claimt namelijk dat hij boos was op de curator die hem uit huis liet zetten en niet op de man die hem in huis had genomen.

De rechters komen snel tot het oordeel dat er wel degelijk sprake is van een misdrijf jegens de overledene. Want door brand te stichten wordt er hoe dan ook schade berokkend aan eigendom van de testateur. Het maakt dus niet uit op wie de man nu precies boos was toen hij het misdrijf beging, maar om het nadelige gevolg daarvan voor de overledene.

Vergeving ?
De brandstichter ziet een erfenis aan zijn neus voorbij gaan. Om dat te voorkomen had hij al een tweede stelling betrokken, namelijk die van vergeving voor zijn daden. Heb je een zwaar misdrijf gepleegd jegens de overledene, maar heeft deze je vergeven, dan ben je (weer) waardig om te erven.

Het argument in deze is dat, sinds de brandstichting in 2012 en de veroordeling in 2013, de overledene nog drie jaar de tijd heeft gehad om het testament uit 2004 te wijzigen en een andere erfgenaam te benoemen. Dat de overledene dat niet heeft gedaan in de jaren vóór zijn dood, betekent volgens de veroordeelde dat hij hem dus vergiffenis heeft geschonken.

De rechters zijn hier snel mee klaar en wijzen er op dat er ondubbelzinnig vergeven moet zijn. Het enkele feit dat de brandstichter niet uit het testament is geschrapt, kan volgens hen niet beschouwd worden als een ondubbelzinnig handelen. Er kunnen andere redenen zijn waarom de testateur de gang naar de notaris niet heeft gemaakt.

Al met al heeft de (impulsieve) daad van de man dus grote financiële gevolgen.

PRINTVERSIE

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Nb: deze zaak is nog niet gepubliceerd maar heeft als kenmerk: HA ZA 16.375 en C/09/508383 en is van 21-12-2016.