De meeste Nederlanders betalen het liefst zo min mogelijk belasting. Daartoe worden, getuige de Panama-papers, de grenzen van het toelaatbare opgezocht. Gebruik maken van belastingparadijzen is echter voor vele belastingbetalers niet weggelegd, al was het maar vanwege de kosten van de betrokken adviseurs.

Panelleden tijdens KNB congress 2015.  Jelger de Kroon, Karen Verkerk en Ernst Loendersloot (links naar rechts) spreken 900 collega's toe.

Panelleden tijdens KNB congress 2015.
Jelger de Kroon, Karen Verkerk en Ernst Loendersloot (links naar rechts) spreken 900 collega’s toe.

Maar ook deze categorie “doorsnee” belastingplichtigen ontloopt graag de Vermogensrendementsheffing van Box 3 in de Inkomstenbelasting. Eind vorig jaar kreeg ik de indruk dat financieel adviseurs dachten een nieuwe weg gevonden te hebben. Daarin werd ik gesterkt door opmerkingen van collega’s van andere notariskantoren, die dezelfde ervaring hadden.

Waarborgsom bij de notaris

Deze financieel adviseurs waren betrokken bij de hypotheekaanvraag omdat hun cliënt onvoldoende eigen middelen had om de koopsom zonder (hypothecaire) lening te voldoen. Koper en verkoper hadden afgesproken dat er hetzij een bankgarantie moest worden afgegeven hetzij een waarborgsom moest worden gestort. De keuze daartussen werd overgelaten aan de koper.

Zoals bekend is de bedoeling van deze afspraken dat, mocht de koper de afspraken uit het koopcontract niet nakomen, de verkoper zijn schade kan verhalen op de bank (bij een bankgarantie) of bij de notaris (bij een waarborgsom).

De betreffende financieel adviseurs dachten dat er ook nog een fiscaal voordeel te behalen was voor de kopers. Zij adviseerden namelijk de kopers om niet een bankgarantie te regelen, maar hun eigen (spaar)geld naar de notaris over te maken. Hun cliënten zouden niet alleen direct een financieel voordeel hebben (voor het afgeven van een garantie brengen banken kosten in rekening) maar ook een fiscaal voordeel op de iets langere termijn.

Boekt een koper zijn spaargeld naar de notaris over, dan staat dat geld namelijk op de fiscale peildatum niet meer op diens spaarrekening. Dus is het saldo op deze rekening op dat moment lager dan anders het geval zou zijn geweest. Dat, zo was kennelijk de gedachte, scheelt 1,2% belasting over het spaargeld.

Truc werkt niet

Helaas werkt deze truc niet. Want de fiscus heft die VermogensRendementsHeffing over al het vermogen dat in Box 3 moet worden opgegeven. Daar hoort óók de vordering bij die iemand op een notaris heeft omdat er geld staat op de Derdengeldenrekening van die notaris.

De waarborgsom is zo’n vordering. De koper blijft namelijk eigenaar van dat geld totdat is vastgesteld dat hij niet aan zijn verplichtingen uit het koopcontract heeft voldaan. Dan pas wordt het eigendom van de verkoper die schade heeft geleden door de wanprestatie van de koper.

Iedere belastingplichtige dient in de belastingaangifte zijn of haar vermogen correct op te geven. Doet hij dat niet, dan wordt er fiscale fraude gepleegd met het risico op boetes en zelfs strafvervolging. Als een koper eind december 2015 een waarborgsom heeft gestort, zal hij dat bedrag dus moeten opvoeren in de aangifte inkomstenbelasting en daarover 1,2% belasting moeten betalen.

Let op de vóór-ingevulde aangifte

Het grote verschil tussen geld op een spaarrekening en een waarborgsom bij de notaris is dat Nederlandse banken verplicht zijn het saldo door te geven aan de Belastingdienst en dat ook automatisch doen. Van de notaris verlangt de fiscus niet dat deze automatisch doorgeeft aan wie welk bedrag toekomt op de peildatum.

Dus de Belastingdienst zal alleen de saldi van de spaarrekeningen vermelden in de vooraf ingevulde aangifte die een belastingplichtige (digitaal) moet ondertekenen. Wordt dus “vergeten” dat de koper eind 2015 nog een waarborgsom heeft gestort, dan kan deze zich als belastingplichtige niet verschuilen achter het feit dat de fiscus niet alles heeft vermeld.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Printversie

%d bloggers liken dit: