In het eerste deel van dit drieluik over het Levenstestament, schreef ik dat zo’n volmacht ook van belang is omdat jij kunt aangeven wie mag beslissen over medische handelingen als jij dat niet meer zelf kunt. Bijvoorbeeld omdat je in een coma ligt of omdat je lijdt aan dementie.

Ernst Loendersloot - senior kandidaat notaris te Maastricht

Ernst Loendersloot – senior kandidaat notaris te Maastricht

Het is geen prettig onderwerp, maar in besprekingen over het Levenstestament met cliënten blijkt vaak dat ze bang zijn dement te worden en hun familie en vrienden niet meer te herkennen. Vaak zeggen ze dan dat in die (fictieve) situatie het leven voor hen geen zin meer heeft en dat ze in dat geval liever dood zijn.

Meestal verwachten mijn gesprekspartners dat ik deze wens om niet op die manier aan hun einde te komen, opneem in de notariële akte. Dit wordt wel de euthanasieverklaring genoemd, maar die kan natuurlijk ook zien op andere vormen van uitzichtloos lijden. 

Ik ben meestal terughoudend om tegemoet te komen aan deze wens. Niet omdat ik principieel bezwaar heb tegen euthanasie, maar omdat ik geen arts ben. Ik kan dus niet beoordelen wat uitzichtloos lijden is en al helemaal niet of er medische ingrepen mogelijk zijn om dat lijden te verlichten.

Daarom verwijs ik de mensen voor deze specifieke kwestie naar hun eigen huisarts. Met hem of haar kan besproken worden waar iemand tegenop ziet en hoever de artsen moeten gaan in het zoeken naar behandelmethoden (als het straks zou spelen).

Dat zo’n gesprek met de huisarts noodzakelijk is, bleek toen ik een artikel van Govert den Hartogh las in de uitgaaf van 21 januari jl. van het vakblad Medisch Contact. Hij besprak daarin diverse zaken waarbij iemand één keer een euthanasieverklaring had ingevuld, maar die daarna dat niet meer had bekrachtigd. De artsen twijfelden dus of de verschillende patiënten ettelijke jaren na dato nog wel achter hun wens tot beëindiging van hun leven stonden. In de meeste gevallen werd besloten dat de (nu) demente patienten een vrolijke indruk maakten en dat er daarom geen sprake was van ondraaglijk lijden. Er kon daarom geen gehoor gegeven worden aan hun eerder vastgelegde wens tot levensbeëindiging.

Daarom adviseer ik mijn cliënten tegenwoordig niet alleen om met hun huisarts te gaan praten over eventuele wensen omtrent het al dan niet staken van medische behandelingen of het uitvoeren van euthanasie, maar ook om dat gesprek minimaal eens per twee jaar opnieuw te voeren.

Liever vaker over dit vervelende onderwerp gesproken dan dat er later zonder jou anders beslist wordt dan je misschien gewild had.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Printversie

Voor deel 2 en deel 1 Klik hier