Waarschijnlijk heb je in de krant wel eens gelezen over de Inkeerregeling. Die bood mensen met vermogen dat niet bij de Belastingdienst bekend was, de mogelijkheid om dit geld officieel te maken na betaling van een boete. Zwart geld werd op die manier gewit via de fiscus.

Panelleden tijdens KNB congress 2015.
Jelger de Kroon, Karen Verkerk en Ernst Loendersloot (links naar rechts) spreken 900 collega’s toe.
Een tijd terug las ik een uitspraak van het Gerechtshof in Den-Haag waarin ook sprake was van bankrekeningen die niet op het aangifteformulier van de Inkomstenbelasting waren vermeld. Maar in plaats van problemen met de Belastingdienst leverde dat verzwegen geld juist grote problemen op voor de stiefkinderen van de belastingontduiker.
Juridisch is dat niet vreemd en graag wil ik de uitspraak onder je aandacht brengen.
De situatie:
Een man heeft uit een eerdere relatie een zoon en is later hertrouwd met een dame die zelf ook kinderen had. Haar zal ik stiefmoeder noemen en haar kinderen worden hierna aangeduid met de term stiefkinderen.
Vader overlijdt in 1998 en stiefmoeder erft zijn hele vermogen op grond van zijn (langstlevende) testament.
In 1999 laat stiefmoeder door de notaris een beschrijving opmaken van alles wat in de erfenis aanwezig was en ook de successieaangifte wordt door de notaris ingevuld.
Het kind van vader krijgt een kopie daarvan en merkt op dat een bankrekening van vader in het buitenland niet is vermeld. Hierdoor is zijn aandeel in de erfenis van zijn vader lager dan het zou moeten zijn en zal hij dus ook minder uitbetaald krijgen als zijn stiefmoeder komt te overlijden en hij zijn vaders-erfdeel kan opeisen.
Zowel de boedelbeschrijving als de successieaangifte worden aangepast en de in eerste instantie onbekende bankrekening wordt daarin opgenomen. (Waarschijnlijk loopt dat fiscaal via de Inkeerregeling, maar dat staat niet expliciet in de uitspraak).
Stiefmoeder overlijdt enkele jaren later en op dat moment moeten de stiefkinderen aan de zoon zijn vaders-erfdeel uitbetalen. Maar deze is het niet eens met het bedrag, want hij begint een rechtszaak tegen de stiefkinderen.
Zijn argument: vader had niet slechts één maar twee bankrekeningen in het buitenland die niet bij iedereen bekend waren. Stiefmoeder wist van het bestaan van beide rekeningen af en had na het overlijden hierover gezwegen. Pas na zijn opmerkingen richting de notaris erkende zij dat er één buitenlandse rekening was. Maar over die andere bleef zij zwijgen.
Door haar zwijgen is de zoon benadeeld (omdat de totale erfenis van vader kleiner leek dan hij eigenlijk was). In de wet is een regeling opgenomen dat als iemand vermogen uit de nalatenschap verzwijgt, hij of zij het recht verbeurt op dit vermogen. Dus de stiefmoeder had volgens de zoon vanaf het moment van overlijden van vader geen enkel recht meer op de buitenlandse bankrekeningen.
De uitspraak van het Gerechtshof en de gevolgen voor de stiefkinderen:
De rechters geven de zoon gelijk. Eén van hun argumenten daarvoor is dat stiefmoeder aan de stiefkinderen na het overlijden van haar man schenkingen heeft gedaan tot f. 300.000,- terwijl zij dat geld niet bezat. Dus moet daar wel het geld van die tweede (altijd onbekend gebleven) buitenlandse bankrekening voor zijn gebruikt.
Dus stiefmoeder had nooit recht gehad op het saldo van de beide bankrekeningen in het buitenland. Die saldi behoren daarom aan de zoon. Stiefmoeder moet die bedragen dus terugbetalen aan de zoon.
Probleem is echter dat stiefmoeder ondertussen ook overleden is. Haar plicht om terug te betalen komt nu op haar erfgenamen te rusten, dus op de stiefkinderen.
Die moeten nu het geld aan de zoon overmaken en worden gestraft voor de fouten van hun moeder.
(Nb: Niet helemaal duidelijk is trouwens hoe het kind wist van deze tweede rekening. Misschien had zijn vader hem dat op zijn sterfbed verteld ?)
