Koopcontracten en beleggingspanden
D. Vormerkung
In artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek (BW) is de mogelijkheid opgenomen om de schriftelijke koopovereenkomst in te schrijven bij het Kadaster. Daarmee is nog niet de eigendom overgedragen van verkoper aan koper, maar wordt wel in dit openbare register aangetekend dat er een koopovereenkomst gesloten is betreffende het (beleggings)pand.
Dit wordt de Vormerkung genoemd.
Deze mogelijkheid is niet alleen voorbehouden aan kopers die een woning kopen voor eigen gebruik. Dat onderscheid wordt wel gemaakt voor de eis van een schriftelijke koopovereenkomst en de drie dagen bedenktijd, zoals hiervoor aangegeven.
Dus ook bij de koop van een loods of winkelruimte, kan de koopovereenkomst alvast ingeschreven worden. Zowel de koper als de verkoper kan de notaris hierom vragen.
Een voordeel van de Vormerkung is bijvoorbeeld dat na de inschrijving een later gelegd beslag op het (beleggings)pand geen gevolgen heeft voor de levering. De notaris kan de akte van levering toch passeren, ondanks het beslag. “Het beslag kleeft niet”, wordt ook wel gezegd.
Maar dit voordeel van de Vormerkung heeft een beperkte houdbaarheid. Zes (6) maanden na de inschrijving van de koopovereenkomst bij het Kadaster, vervalt die beschermende werking.
Zijn koper en verkoper overeengekomen dat tussen de ondertekening van de koopovereenkomst en van de akte van levering een langere periode zal verstrijken, dan moet besloten worden wanneer de Vormerkung moet aanvangen of moet eindigen. Direct inschrijven biedt gelijk bescherming, maar die eindigt dan voordat de akte van levering getekend moet worden. Later inschrijven betekent dat de bescherming niet onmiddelijk aanvangt, maar wel loopt tot aan de ondertekening van de akte van levering.
De notaris kan u uitleggen wat in uw situatie het beste is.

