Projektontwikkelaars en gemeenten kopen vaak (landbouw)grond lang voordat er nieuwbouw gepleegd kan worden. In de tussenliggende tijd blijft de grond niet braak liggen, maar wordt deze bewerkt door een agrariër. Meestal is dat de verkoper, maar soms ook een ander die de percelen dan pacht.
Op dit moment zal de ontwikkelaar of de gemeente deze grondposities pas op de langere termijn commercieel kunnen uitnutten en dat betekent dat de pacht ook langer zal duren. Daardoor is de kans groter dat de boer(in) vóórdat de levering plaats vindt, opgenomen moet worden in een verpleeghuis of verzorgingskliniek vanwege lichamelijke of geestelijke gebreken.
Consequentie daarvan is dat er een bijdrage voor deze zorg op grond van de AWBZ betaald moet worden. Die wordt mede vastgesteld op basis van een fictief rendement van 12% over het vermogen van de patiënt. In dat vermogen zit in beginsel ook de landbouwgrond.
Recent las ik een rechterlijke uitspraak over dit onderwerp, waarvan ik denk dat het voor een deel van de lezers interessant kan zijn. Ik ga eerst de casus schetsen en daarna zal ik je aangeven waarom ik denk dat jij voordeel kunt hebben van deze uitspraak.
Verder lezen ? Klik hier.

