Beste lezer,

Het gezegde luidt: Scheiden doet lijden.

Maar als kandidaat notaris zie ik in de praktijk dat geldt: Na scheiden moet je verdelen.

Dat is een juridische stelregel waarop eigenlijk maar één uitzondering is. Is er geen gemeenschappelijk bezit dan hoef je niet te delen. Bijvoorbeeld als de ex-echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt die een zogeheten “koude uitsluiting” inhouden.

Uit een uitspraak van de Rechtbank in Den Haag van 1 augustus 2012 (HA ZA 12-229) haal ik dat er nog een situatie is waarbij niet gedeeld hoeft te worden na een echtscheiding, zelfs niet als de echtgenoten nooit huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld en dus in de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen zijn getrouwd (AGVG).

De casus
Een man en vrouw zijn in 1965 getrouwd zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. In 1975 gaan ze uit elkaar en hebben daarna geen contact meer. Maar een verzoek tot scheiding is nooit ingediend bij de rechter. Dus formeel zijn ze ook na 1975 nog steeds met elkaar gehuwd.

In 2011 overlijdt de vrouw. Het blijkt dat ze een testament had opgesteld en daarin een ander dan haar echtgenoot tot erfgenaam benoemd heeft. Deze erfgenaam claimt nu bij de man de eigendom van de helft van diens vermogen.

De redenatie is simpel: formeel waren de overledene en de man nog getrouwd in gemeenschap van goederen. Haar erfenis bestaat dus uit de helft van zijn (forse) vermogen en de helft van haar (kleine) vermogen. Voor de man zijn de andere helften van beide vermogens.

De man is het hier niet mee eens en stelt dat op grond van de redelijkheid en billijkheid de zaak anders ligt. De man heeft daarvoor een simpel argument. Sinds 1975 hebben hij en de overledene geen contact meer gehad en hebben zij altijd geleefd alsof zij gescheiden waren. Bovendien heeft hij zijn vermogen pas na de feitelijke breuk in 1975 opgebouwd omdat zij op dat moment nauwelijks bezittingen hadden.

De rechter geeft de man gelijk en stelt vast dat als datum van verdeling de breuk in 1975 gehanteerd moet worden. Aangezien er toen geen gemeenschappelijk vermogen was, valt er dus niets meer te verdelen. De erfgenaam van de vrouw heeft dus geen recht op enig vermogen van de man.

Let op: de erfgenaam van de vrouw heeft tegen de uitspraak hoger beroep ingesteld. Het is dus nog niet zeker of het Gerechtshof de mening van de rechtbank deelt.

Printversie