Beste lezer,
De titel van deze column is misschien spectaculairder dan de inhoud. Maar toch gebruik ik hem omdat ik de uitspraak van het Gerechtshof in Den-Haag graag onder uw aandacht breng. Die illustreert namelijk dat je als jurist het verste komt als je rechtlijnig redeneert.
De (versimpelde) situatie
Een man overleed en liet zijn twee dochters als erfgenamen achter. Helaas overleed ook de oudste dochter een jaar na het overlijden van haar vader. Zij liet één erfgenaam achter, namelijk haar zoon.
Deze kleinzoon doet afstand van zijn aandeel in de erfenis van zijn opa. Aan zijn tante (de andere dochter van opa) geeft hij een volmacht om namens hem bij de rechtbank aan te laten tekenen dat hij de erfenis van opa verwerpt.
De vraag aan de rechters
Om de een of andere reden bedenkt de kleinzoon zich na een tijd en wil hij toch meedelen in de erfenis van zijn opa.

