Beste lezer,
In artikel 59 van Boek 4 van het Burgerlijk wetboek is een logisch verbod opgenomen. Dat verbod houdt in dat bijvoorbeeld een arts niet op grond van het testament van een patiënt voordeel mag hebben van het overlijden van de patiënt. Dit verbod geldt ook voor geestelijken en andere verzorgenden en is bedoeld om te voorkomen dat iemand financieel voordeel heeft van het feit dat hij of zij iemand medisch of geestelijk bijstaat in tijden van (terminale) nood.
Ik heb daar eerder over geschreven, maar er is nog een tweede groep die geen voordeel mag hebben vanwege een zorg-relatie. In lid 2 van hetzelfde artikel is vermeld dat ook de exploitant van een zorginstelling waar de overledene verbleef onwaardig is om te erven.
Recent heeft de Rechtbank in Amsterdam een uitspraak gedaan over deze problematiek en ik denk dat die verreikende gevolgen kan hebben. Het wordt waarschijnlijk makkelijker om als zorginstelling onder het verbod uit te komen en te erven van je patiënten !
