Voor het vakblad De Hypotheekadviseur van Kluwer heb ik een column geschreven over de wijziging van het huwelijks vermogens recht per 1 januari 2012 en het risico van aansprakelijkheid voor de financieel adviseur.
Deze column kunt u in de originele layout hier vinden.
De tekst zelf is hier onder na te lezen:
=======================================================
Op 22 december 2010 heeft de Rechtbank in Utrecht een uitspraak gedaan over een kruislings afgesloten levensverzekering. De betrokken financieel adviseur werd daarin veroordeeld de schade die cliënten hadden geleden te vergoeden. Die uitspraak is op zich voor u al van belang, maar belangrijker is de redenering van de rechter in verband met het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Als adviseur kunt u nu wel heel snel aansprakelijk gesteld worden.
Waarschijnlijk kent u de zaak al, maar voor de volledigheid beschrijf ik deze toch kort. Het handelde om een levensverzekering die in 1986 was gesloten. Om successierechten te vermijden had de adviseur de polis kruislings afgesloten. Dit zou een belastingdrukkend effect hebben omdat het om samenwoners ging. Vervolgens zijn partijen in 2000 getrouwd zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. Daardoor is er (bijna) per definitie premie betaald door het verzekerd lijf en de begunstigde samen. De uitkering werd daarom belast op grond van artikel 13 Successiewet toen één van de echtelieden in 2007 overleed.
De verzekeringnemer was daar niet blij mee en stelde de financieel adviseur aansprakelijk. De redenatie daarvoor was eenvoudig. De adviseur was namelijk nadat het huwelijk was gesloten nog langs geweest voor een gesprek en had toen niet aan de orde gesteld dat er staande huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden gemaakt moesten worden om weer in aanmerking te komen voor de vrijstelling van successierecht voor wat betreft de polis. Dit werd de adviseur aangerekend door de rechter die hem liet opdraaien voor de (belasting)schade die de verzekeringnemer had geleden.
Omdat u hecht aan een goed contact met uw cliënten zult u ook met enige regelmaat contact met hen opnemen. Daarbij neemt u waarschijnlijk de financiële positie van hen door en kijkt of er aanpassingen nodig zijn in hun verzekeringen. Vanuit een commercieel oogpunt kan deze after-sale heel nuttig zijn.
Maar als ik de uitspraak van de Utrechtse rechter combineer met de snelheid waarmee huwelijkse voorwaarden gemaakt of aangepast kunnen worden, dan kan deze after-sales u juist veel geld kosten. Zowel bij bestaande cliënten, maar ook bij nieuwe relaties zult u nadrukkelijk aandacht moeten besteden aan hun huwelijksvermogens regime.
Na invoering van de zogeheten Derde Tranche van het huwelijksvermogensrecht (per 1 januari 2012) is het namelijk stukken simpeler en vooral sneller geworden om tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden te maken en aan te passen. De voorafgaande goedkeuring van de rechter is niet meer nodig. Een bezoek aan de notaris voor een bespreking en een tweede bezoek om de huwelijkse voorwaarden te tekenen zijn voldoende.
In uw adviespraktijk zult u dus moeten aantekenen dat u gevraagd heeft of uw cliënten getrouwd zijn en of zij huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld. Antwoorden zij bevestigend op de eerste en negatief op de tweede vraag, dan rest u maar één actie om uw aansprakelijkheid te beperken: Leg vast dat u uw cliënten heeft doorgestuurd naar de notaris om snel huwelijkse voorwaarden op te stellen, zodat zij weer voldoen aan de eisen van het Premiesplitsingsbesluit van 14 december 2010.

