Beste lezer,
De redactie van de Thuiscourant wil graag dat ik schrijf over zaken die met woningen te maken hebben. Daardoor kanik aan andere notariële vakgebieden helaas weinig aandacht besteden. Maar door een uitspraak van de rechtbank in Dordrechtkan ik het nu toch over samenlevingscontracten hebben.
De rechter moest namelijk oordelen over de volgende situatie. Een koppel woonde namelijk samen in het huis dat alleen eigendom was van de vrouw. In hun samenlevingscontract was, zoals gebruikelijk, opgenomen dat de kosten van de huishouding gezamenlijk betaald moesten worden. En er stond ook in dat de hypotheekrente tot deze kosten hoorde. Dus de man moest meebetalen aan de rente.
Zolang de relatie goed was, vormde dit geen probleem voor de man. Maar dat werd anders toen hij op 30 april 2009 het huis verliet. De afwikkeling van hun relatie verliep kennelijk niet goed want op 1 september 2009 heeft de man nog een brief gestuurd aan zijn ex-partner om de relatie (en het samenlevingscontract) formeel te beëindigen.
De vrouw sprak de man vervolgens via de rechter aan omdat hij volgens haar nog gewoon moest meebetalen aan de hypotheekrente op grond van de bepalingen in het samenlevingscontract. Uiteindelijk moest de rechter in Dordrecht er aan te pas komen om te oordelen of de vrouw gelijk had.
De rechter was er redelijk snel mee klaar: in het samenlevingscontract was de betalingsverplichting van de man opgenomen. Pas door het formeel opzeggen van dit contract via de brief van 1 september 2009, is die verplichting geëindigd. Dus de man moest nog aan de vrouw over de periode 30 april tot 1 september zijn bijdrage overboeken.
De moraal van dit verhaal: als er een samenlevingscontract is en de partners gaan uit elkaar, dan moeten ze dat volgens de formele weg doen. Dus op weg naar zijn nieuwe huis had de man langs het postkantoor moeten gaan om via een aangetekende brief het samenlevingscontract op te zeggen.
