Eerder heb ik geschreven over beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap.
(Zie:
https://ntrs.nl/2011/03/02/waarom-de-erfenis-beneficiair-aanvaarden-deel-1/)

Zelf hanteer ik het principe dat als er ook maar geringe twijfel is bij een erfgenaam over de hoogte van de schulden en de omvang van de bezittingen in de erfenis, dat beneficiaire aanvaarding de voorkeur heeft. Blijkt namelijk achteraf dat de overledene meer schulden had dan bezittingen, dan moet je weliswaar de erfenis volgens de regels afwikkelen, maar ben je niet zomaar aansprakelijk voor alle schulden. Vallen de schulden mee, dan kun je de rechtbank altijd vragen om de afwikkeling op een eenvoudiger manier te doen.

Heb je de erfenis al zuiver aanvaard (en draai je dus op voor alle schulden) dan bestaat er toch nog de mogelijkheid om de rechter te vragen om alsnog beneficiair te aanvaarden. Dit staat in artikel 194 Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

In een uitspraak uit december 2010 blijkt dat rechters heel terughoudend zijn.
(Zie: http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&collection=rnl&querypage=../zoeken/zoeken.asp&searchtype=ljn&ljn=BP0203)

Er zal niet snel toestemming worden gegeven om van je aansprakelijkheid af te komen door naderhand beneficiair te aanvaarden. In die situatie ging het kort gezegd om het feit dat de kinderen de erfenis van hun moeder zuiver hadden aanvaard. Zij kwamen er echter achter dat moeder haar vermogen (grotendeels) had overgemaakt aan een stichting in Liechtenstein waarbij zij gedurende haar leven de rente kon blijven gebruiken. Na haar dood zou deze rente ten gunste komen van anderen dan de kinderen.

Bijkomend probleem was dat de belastingdienst niets wist van dit vermogen in Liechtenstein en dit “zwarte geld” alsnog wilde belasten. De betaling van deze belasting naheffing(en) zou dan terecht komen bij de kinderen.

De kinderen zagen dus ineens een voordelige erfenis wegsmelten als sneeuw voor de zon en daarvoor in de plaats een gat komen omdat zij de achterstallige belastingen toch moesten betalen. De kinderen dachten een oplossing te hebben in de mogelijkheid om alsnog beneficiair te aanvaarden. Helaas voor hen, vond de rechter dat er geen grond was om hen die mogelijkheid te geven.

De moraal van dit verhaal is dus dat je echt beter direct beneficiair kunt aanvaarden, zelfs als je denkt dat er niets aan de hand is. Dus bij twijfel niet inhalen.