Beste lezer,

In Drente was iemand die hard werkte voor zijn baas. Zo hard dat het niet lukte om alle vakantiedagen op te nemen en deze schoven dus door naar het volgend jaar. Maar helaas heeft deze ideale werknemer nooit van zijn vakantie kunnen genieten, omdat hij overleed.

Vervolgens waren zijn erfgenamen van mening dat het geld dat deze niet opgenomen vakantiedagen waard waren, wel aan hen toekwam. Tenslotte had de werkgever deze niet hoeven uit te betalen. En als de overleden voor een andere baas was gaan werken, dan had zijn huidige werkgever de waarde van de vakantiedagen ook moeten uitbetalen.

Dit klinkt op zich redelijk, maar de erfgenamen hadden artikel 641 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek er nog even goed op na moeten lezen. Daar staat namelijk volgens de kantonrechter in Assen dat het recht op uitbetaling van de vakantiedagen pas ontstaat op het moment dat het arbeidscontract stopt. En dan pas kan er door de werknemer om uitbetaling gevraagd worden.
(Zie: http://jure.nl/bk3558)

Volgens deze rechter was in deze zaak het arbeidscontract gestopt op het moment van overlijden en daardoor kon de werknemer geen claim meer laten gelden. Want de werknemer was op dat moment namelijk dood en kon dus niets meer claimen.

Nu vraagt u zich misschien af waarom een notaris zich druk maakt over vakantiedagen van anderen en de uitbetaling daarvan. Het antwoord is eenvoudig: als er wel na het overlijden een recht zou bestaan op uitbetaling, dan kan dat van belang zijn voor de nalatenschap en de erfgenamen. En dan zit je toch duidelijk op een gebied waar de notaris vaak mee te maken heeft.

UPDATE 10-08-2012:
Er is een nieuwe uitspraak waardoor vakantiedagen WEL vererven.

Meer lezen ? Kijk dan hier.