Eerder (Zie column 32)  schreef ik over mannen die formeel pantoffelhelden zijn omdat ze op grond van artikel 88 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek toestemming moeten vragen aan hun echtgenote als ze een akte willen tekenen die tot gevolg kan hebben dat zowel de man als de vrouw de echtelijke woning moeten verlaten. Ik heb toen aangegeven dat dat bijvoorbeeld het geval is als de man een hypotheekakte wil tekenen met als onderpand de echtelijke woning.

Wat ik toen niet heb behandeld, is de definitie van “echtelijke woning”. Toen ik na mijn rechtenstudie nog de 3-jarige beroepsopleiding wilde afronden, moest ik een mondeling examen doen. Het onderwerp wist ik pas toen ik de examenzaal in kwam. Daar lag namelijk de schriftelijke opgaaf waarbij artikel 88 aan de orde kwam. Ik mocht toen 25 minuten de opgaaf doornemen en aantekeningen maken en daarbij sommige studieboeken gebruiken die de examencommissie had neergelegd.

Tijdens het mondelinge deel van het examen kwamen we te spreken over de definitie van “echtelijke woning” uit artikel 88. Een situatie die gespeeld had in Maastricht, waar ik gestudeerd heb, kwam toen aan de orde. Omdat het een klassiek voorbeeld is, wil ik die graag met u doornemen.

Het huis stond voor 100% op naam van de vrouw. De man en de vrouw waren echter in een vervelende echtscheiding terechtgekomen en zij had bij de rechter voor elkaar gekregen dat de man het huis uit moest. Dat heeft hij gedaan nadat hij wat schone kleren in een weekend-tas had gedaan, waarna hij steeds voor kortere tijd op andere adressen verbleef. Dit “rondzwerven” duurde uiteindelijk nog een flinke tijd en de echtscheiding was nog steeds niet rond toen de vrouw haar woning verkocht en bij de notaris aan de koper overdroeg.

De man was van mening dat hij toestemming had moeten geven voor deze overdracht. Gevolg van verkoop en levering was namelijk dat hij niet meer het huis in kon terwijl het huis wel nog steeds de echtelijke woning was ook al woonde hij al langere tijd niet meer daar.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad zich hierover gebogen en geconcludeerd dat:

1.      de vrouw bij verkoop en levering van de woning inderdaad van de man de toestemming als bedoeld in artikel 88 nodig heeft, als het een echtelijke woning is;

2.      de man niet uit eigen vrije wil de woning had verlaten, maar vanwege een rechterlijk bevel;

3.      de man aangegeven had dat hij de woning nog steeds als (ook) zijn huis zag, wat bleek uit het feit dat hij een weekend-tas had gepakt en niet een verhuizer had gebeld en ook nog eens geen echte vaste verblijfplaats had geregeld na zijn gedwongen vertrek;

4.      de woning op grond van 2 en 3 onder de definitie viel van “echtelijke woning” en de vrouw dus op grond van 1 toestemming had moeten krijgen van haar man.

Gevolg was ondermeer dat aan de overdracht van de woning een essentieel onderdeel ontbrak, namelijk de handtekening van de man. De vrouw had dus ineens niet meer alleen ruzie met de man, maar ook met de kopers.

Hoe het verder is afgelopen stond niet in de studieboeken, maar als u eens met de trein naar Maastricht komt moet u bij het verlaten van het Centraal Station eens links en rechts kijken in de Stationstraat. Volgens mij was het was namelijk een van die mooie panden die daar staan.

%d bloggers liken dit: