De rechtbank in Haarlem heeft een uitspraak gedaan waaruit ik concludeer dat een langstlevende testament geldig is, ook als de partners niet getrouwd zijn.
Maar de situatie was wel bijzonder omdat de langstlevende en de kinderen van de overledene samen optrokken en zij dus geen ruzie hadden.
Daarom ben ik ook voorzichtig om deze uitspraak toe te passen op een situatie waarbij een koppel (nog) niet getrouwd is, één van hen overlijdt en kinderen (al dan niet uit een eerdere relatie van de overledene) het niet eens zijn met de langstlevende over de vraag of deze het vermogen mag houden dan wel dat alles naar de kinderen gaat.
Dus het is zeker niet zo dat je nu niet meer naar de notaris toe hoeft te gaan!
Toch wil ik de situatie die in Haarlem speelde graag onder je aandacht brengen.
De man was kennelijk terminaal ziek en wist dat ook. Om te zorgen dat de vrouw met wie hij vier kinderen had gekregen, goed verzorgd achter zou blijven, was hij naar de notaris gegaan. Twee maanden voor zijn overlijden leidde dat er toe dat de man een testament tekende waarin hij “zijn echtgenote” en zijn kinderen tot enige erfgenamen benoemde. Ook stond er een uitgebreide langstlevende-regeling in het testament.
Probleem was echter dat bij zijn overlijden de man en de vrouw nog steeds niet getrouwd waren.
Als je het testament formeel zou uitleggen, dan had de man vier erfgenamen, namelijk zijn kinderen. Zijn vriendin zou dan niets krijgen omdat zij niet “zijn echtgenote” was.
De rechtbank haalde echter ook zaken aan die buiten het testament om speelden, zoals de kwaadaardige hersentumor van de man waardoor hij minder goed kon aangeven wat hij wilde en het feit dat de man twee maanden na ondertekening van de akte al was overleden. Ook waren er verklaringen van anderen waaruit bleek dat de man over zijn vriendin sprak als zijn echtgenote en zij zijn (mede-)erfgenaam was.
De rechter vond dat genoeg reden om te stellen dat de tekst van het testament niet ondubbelzinnig duidelijk was, waardoor de rechter de mogelijkheid kreeg om de tekst van het testament te interpreteren, zoals in artikel 46 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat.
Wat bedoelde de overledene met “mijn echtgenote” ?
Dat werd de vraag die nu beantwoord moest worden.
Uiteindelijk vond de rechter het van groot belang dat de man zo snel na ondertekening van het testament was overleden en dat het testament een zogeheten langstlevende testament was. Zo’n testament is bedoeld om de langstlevende echtgenote te beschermen.
Dus de rechtbank interpreteerde de woorden “mijn echtgenote” uit het testament zo dat daarmee bedoeld werd de vriendin, zodat er dus vijf erfgenamen waren, namelijk de vier kinderen en zijn vriendin. Bovendien was daardoor ook de langstlevende-regeling uit het testament van toepassing.
Maar nogmaals de waarschuwing die ik al eerder gaf. De rechter vond het van groot belang dat ook de vier kinderen het eens waren met hun moeder dat zij bedoeld werd met “mijn echtgenote”. Ik vraag mij af of de rechter anders zou hebben geoordeeld als dat niet het geval was.
