Eerder schreef ik over een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. Een koppel koopt een huis. Volgens hun samenlevingscontract krijgt degene die uit eigen middelen meer dan 50% in hun woning investeert, voor dit meerdere een vordering op de ander.

Volgens mij klopt dat niet. Tijdens besprekingen over samenlevingscontracten zeg ik altijd dat deze vordering maar de helft is. Rekent u mee ?

De partners zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning. De investeringen moeten dan ook 50/50 gedragen worden. Betaalt eentje de hele verbouwing, dan leent deze als het ware de helft aan zijn partner, zodat deze 50% van die kosten kan voldoen.

Stel, de man steekt € 10.000 in de verbouwing. De relatie strandt en het huis wordt verkocht. Dankzij de verbouwing brengt het huis € 10.000 meer op. Omdat ze samen recht hebben op die (extra) overwaarde, maakt de notaris aan ieder de helft over.

Volgens het samenlevingscontract uit de uitspraak heeft de man recht op vergoeding van het hele bedrag dat hij meer geïnvesteerd heeft. De vrouw zou hem dus € 10.000 moeten overmaken. Netto-resultaat is dat hij € 15.000 krijgt. De vrouw eindigt echter, ondanks haar aandeel in de waardestijging, € 5.000 in de min.

Krijgt de man echter de helft van wat hij meer betaald heeft, dan daalt haar schuld naar € 5.000. Die kan de vrouw aflossen uit haar aandeel in de overwaarde. Uiteindelijk heeft de man zijn €10.000 weer terug en houdt de vrouw niets over. Dat klopt financieel toch beter.

%d bloggers liken dit: