Ter gelegenheid van Dierendag heb ik een column geschreven over appartementen. Ik melde dat een algeheel verbod op het houden van honden in een complex niet in het huishoudelijk reglement kan worden opgenomen. Zo’n verbod moet in de splitsingsakte worden opgenomen en daarom in het splitsingsreglement staan.

In de akte en het reglement kunnen namelijk allerhande “spelregels” staan die het gebruik van het appartement aan banden leggen. Denk aan een bepaling dat een commerciële ruimte in het appartementen-complex wel gebruikt mag worden als locatie waar vers bereid voedsel opgehaald kan worden. Maar niet als restaurant om het ook daar te nuttigen.

Medio dit jaar heeft een kort geding rechter zich gebogen over een verbod in een splitsingsakte. Dit specifieke verbod ging de rechter te ver.

Het betrof hier een winkelcentrum waarbij de individuele units eigendom waren van  verschillende ondernemers. In de splitsingsakte was een regeling opgenomen waardoor in dat complex nooit twee soortgelijke bedrijven geëxploiteerd mochten worden. Dus een non-concurrentie beding om te zorgen dat er maar één slager, bloemist of kapper was.

De rechter vond dat hiermee een grens werd overschreden. Niet die van fatsoen of redelijkheid en billijkheid, maar die van de Mededingingswet.

Door deze bepaling wordt namelijk concurrentie tussen twee kappers voorkomen. Maar dat is niet goed voor de maatschappij als geheel omdat de prijzen dan (te) hoog kunnen zijn en/of de service te laag.

Een begrijpelijke uitspraak, maar wel een om in de gaten te houden als ondernemer in een winkelcentrum of belegger in retailvastgoed.

%d bloggers liken dit: