De wet is hard, maar het is de wet. Dat gaat zeker op voor de Successiewet in de volgende casus.

Een man woont al vele jaren samen met zijn zus en haar man in hetzelfde huis. De zwager overlijdt. Anderhalf jaar na diens overlijden, sterft ook de zus en erft de man haar gehele vermogen.

De Belastingdienst komt met een forse aanslag voor de erfbelasting. De broer wordt namelijk niet gezien als partner van zijn zuster, maar als “buitenstaander”. Een partner heeft een vrijstelling voor de erfbelasting van €671.910. Is de erfenis groter, dan betaalt de partner minimaal 10%. Een “buitenstaander” betaalt minimaal 30% en de vrijstelling is met €2.200 een stuk lager.

Volgens de Successiewet is een partner onder meer degene met wie je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt of met wie je al vijf jaar samenwoont.

De man, zijn zus en haar echtgenoot woonden weliswaar al meer dan die termijn in hetzelfde huis. Maar alleen de laatste anderhalf jaar daarvan tellen mee. Voor die tijd was de zus namelijk nog getrouwd. Was zij al vijf jaar weduwe geweest, dan had haar broer een fors lagere aanslag erfbelasting ontvangen. Er is een simpele oplossing: teken een samenlevingscontract. De Successiewet kent namelijk ook “turbo-samenwoners”. Dat zijn partners die minimaal zes maanden eerder een samenlevingscontract met elkaar zijn aangegaan. Overlijdt één van hen, dan kan de langstlevende de status van partner claimen. In plaats van na vijf jaar, is de gunstige regeling al na zes maanden bereikt. Een fors verschil.

%d bloggers liken dit: