In dit stuk wil ik graag aandacht vragen voor artikel 53 van de Successiewet (hierna ook: Sw). Dit artikel is van belang als er sprake is van een schenking die herroepen wordt. Opmerkelijk daarbij is dat bij grotere schenkingen er toch een fiscaal voordeel kan zijn.

Stel, een moeder schenkt haar volledige pakket aandelen in Shell aan haar dochter. Dochter draagt keurig de verschuldigde schenkbelasting af. Moeder en dochter hebben echter in een akte vastgelegd dat de schenking door de moeder herroepen kan worden. Ná de schenking keert het bedrijf een fors dividend uit dat door dochter dankbaar wordt gebruikt. Moeder herroept vervolgens de schenking waardoor de oorspronkelijke aandelen weer haar eigendom worden. Het ontvangen dividend blijft echter van de dochter.

Simpel gesteld is in artikel 53 lid 1 van de Successiewet geregeld dat er een vermindering van de eerder geheven schenkbelasting wordt verleend als de schenking op grond van een overeengekomen voorwaarde wordt teruggedraaid. In de geschetste casus dus als de moeder de schenking herroept op grond van de betreffende clausule in de schenkingsakte.

Hiermee zou een fors voordeel behaald kunnen worden omdat de dochter géén schenkbelasting verschuldigd is over het dividend terwijl moeder (weer) eigenaar is van de aandelen.

Cijfermatig:
De portefeuille is €100.000 waard.
Vrijstelling schenkbelasting is €5.000, waardoor geheven wordt over €95.000.
De heffing is 10% oftewel €9.500.
Na de herroeping zal de belastingdienst een vermindering sturen van schenkbelasting ter grootte van €9.500.
De dochter heeft nu recht op terugbetaling van dit bedrag.

In het tweede lid van artikel 53 van de Successiewet is echter een bijzondere regeling opgenomen. De vermindering wordt namelijk verlaagd als de ontvanger in de tussentijd voordeel heeft genoten van hetgeen geschonken was. De verlaging is gelijk aan het bedrag aan schenkbelasting dat geheven wordt over alle genoten voordelen gedurende de periode beginnend met de schenking en eindigend met de herroeping. Daarbij worden alle voordelen bij elkaar opgeteld en belast alsof het totaal ontvangen was op het moment van de oorspronkelijke (maar herroepen) schenking.

Dit speelt hier omdat in casu de dochter dividend heeft ontvangen in de periode dat zij formeel eigenaar was van de aandelen.

Cijfermatig:
De portefeuille is €100.000 waard.
Vrijstelling schenkbelasting is €5.000, waardoor in eerste instantie geheven wordt over €95.000.
De heffing is 10% oftewel €9.500.
De dividend uitkering is €10.000.
Na aftrek van de vrijstelling ad €5.000 zou over €5.000 geheven worden. Resulterend in een heffing ad €500.
Op basis van lid 1 van artikel 53 Sw zou de vermindering van de in eerste instantie geheven schenkbelasting €9.500 zijn.
Waardoor uiteindelijk in het geheel geen schenkbelasting geheven zou worden.
Vanwege de werking van lid 2 van datzelfde artikel zal de vermindering op grond van lid 1 echter niet €9.500 maar €9.000 zijn.
Over de dividenduitkering ad €10.000 “betaalt” dochterlief dus schenkbelasting en wel €500 (dus over de totale som van het voordeel minus haar belastingvrije som).

Maar in lid 2 van artikel 53 Sw is ook bepaald dat de vermindering niet verder zal worden verlaagd dan tot nihil. En dat kan vreemde resultaten opleveren.

Cijfermatig:
De portefeuille is €100.000 waard.
Vrijstelling schenkbelasting is €5.000, waardoor in eerste instantie geheven wordt over €95.000.
De heffing is 10% oftewel €9.500.
De dividend uitkering is nu €105.000.
Na aftrek van de vrijstelling ad €5.000 zou over €100.000 geheven worden, resulterend in een heffing ad €10.000.  
Vanwege de werking van lid 2 (niet verder dan tot nihil) zal de vermindering gemaximeerd worden op €9.500.
De ontvangende partij heeft nu een voordeel van €500 omdat eigenlijk €10.000 afgedragen zou moeten worden.

Tegengeworpen kan worden dat het niet waarschijnlijk is dat een bedrijf in éen keer meer aan dividend uitkeert dan dat de portefeuille groot is. Maar de fiscus telt alle genoten voordelen bij elkaar op voor de periode die start met de schenking en eindigt met de herroeping. Als de moeder in 2020 schenkt en in 2025 herroept, wordt in eerste instantie geheven over de waarde van de portefeuille, terwijl het saldo van het in die vijf jaar uitgekeerde dividend hoger kan blijken te liggen. Zeker als bedrijven veel geld in kas hebben en activistische beleggers aandringen op uitbetaling aan de aandeelhouders.

Maar hetzelfde geldt ook als moeder een niet-verhuurd belegginspand aan dochter overdraagt. Vervolgens wordt alsnog een huurder gevonden. Als moeder na vijf jaar de schenking herroept, dan heeft de dochter in die tijd mogelijk meer aan huur ontvangen dan het pand in de oorspronkelijke onverhuurde staat waard was.

Nb: In verband met de leesbaarheid zijn de bedragen afgerond. De correcte cijfers kunt u vinden op internet, bijvoorbeeld op de site van de Belastingdienst.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.    

PRINTVERSIE met hyperlinks.

%d bloggers liken dit: