De Nederlandse overheid heeft in deze Corona-tijden de notaris als vitaal beroep aangewezen. De rol van onze beroepsgroep is voor de Nederlandse samenleving van dusdanig groot belang dat we – met gepaste maatregelen – cliënten moeten blijven ontvangen.

Onlangs las ik echter verontrustend nieuws op de intranet-site van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie over de Derdengelden-rekening. De notaris is verplicht zo’n rekening aan te houden om de geldstromen rondom ondermeer aan- en verkopen van woningen en bedrijven gestructureerd en gewaarborgd te laten verlopen. Uit het bericht valt de conclusie te trekken dat de Rabobank de Derdengeldenrekening commercieel niet rendabel vindt en daarvan af zou willen. Hiermee vervalt één van de belangrijkste hulpmiddelen van de notaris en kunnen we ons werk niet doen zoals de maatschappij van ons eist.

In het kader van (on)gewone oplossingen in ongewone tijden wil ik daarom pleiten voor de oprichting van de zogenaamde Notarisbank. Daardoor wordt niet alleen de rechtspositie van cliënten beter geborgd maar wordt ook de Poortwachtersfunctie van het notariaat versterkt, waardoor witwassen van crimineel geld wordt bemoeilijkt.

Het Ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) willen een experiment starten met een eigen digitale munt. Betrek in dat experiment de op te richten Notarisbank, waar iedere notaris al het geld van cliënten onderbrengt.

Een eerste voordeel hiervan is dat deze Notarisbank niet failliet zal gaan door risicovolle beleggingen of debiteuren die failliet gaan. Na het faillissement van de DSB-bank kwam namelijk bij notarissen de vraag op of het saldo op de Derdengeldenrekening wel onder het Deposito-garantie stelsel viel. Die vraag hoeft dan niet meer gesteld te worden.

Een tweede positief effect kan zijn dat de individuele notaris niet in zijn eentje kan beschikken over de gelden op de Derdengeldenrekening. Het systeem zou zo ingericht kunnen worden dat een voorgenomen overboeking pas wordt uitgevoerd als er binnen de administratie van de notaris ook een factuur aan gekoppeld is. Bijvoorbeeld de nota’s van koper en verkoper bij een levering. Situaties zoals bij oud-notaris Voorlinde, die € 2 miljoen van de Derdengeldenrekening afboekte en fraudeerde met bankafschriften om zijn malversaties toe te dekken, zijn dan niet meer mogelijk.

Ook is een pluspunt dat lieden met minder zuivere bedoelingen hun transacties, zoals witwassen van crimineel geld, niet meer via de notaris zullen laten verlopen. Het betalingssysteem kan zo ingericht worden dat overboekingen, gespreid over langere tijd, door verschillende notarissen op basis van andere dossiers maar wel aan dezelfde ontvangende partij, als verdacht worden aangemerkt. Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) kan dan die verschillende transacties onder de loep nemen waardoor de poortwachtersfunctie van de notaris versterkt wordt.

Maar wellicht is voor cliënten van de notaris het meest wezenlijke punt de negatieve rente. Nederlandse banken brengen (binnenkort) negatieve rente in rekening. Dat geldt ook voor de Derdengelden rekening van de notaris. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft op internet een bericht geplaatst over de consequenties van een negatieve rente. Bij een negatieve rente zal deze in mindering worden gebracht op het geld dat op de Derdengelden rekening staat.

Praktisch gesproken betekent dit dat een koper niet kan voldoen aan de verplichting om op grond van het koopcontract een waarborgsom te storten ter grootte van 10% van de koopsom. Het op de Derdengeldenrekening bijgeschreven bedrag zal namelijk telkens verminderd worden met de negatieve rente.

De KNB is onder meer met de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) in overleg om de model-koopovereenkomst op dit punt aan te passen. Wat de uitkomst hiervan ook zal zijn, feit blijft dat een bank telkens geld afschrijft van de Derdengeldenrekening terwijl het geld op die rekening niet van de rekeninghouder (de notaris) is maar slechts gehouden wordt voor cliënten.

Wordt de Notarisbank onderdeel van het experiment van de DNB en MvF dan wordt dat geld omgezet in de digitale munt. In het kader van de proef kan dan vastgelegd worden dat geen (negatieve) rente in rekening wordt gebracht. Het probleem dat de waarborgsom langzaam maar zeker steeds kleiner wordt, is daarmee ook uit de wereld.

Een nadeel is natuurlijk de kosten die het opzetten en instandhouden van de Notarisbank met zich meebrengt. Daar staat echter tegenover dat de kosten die iedere notaris nu al aan de banken betaalt per Derdengeldenrekening wegvallen. Als de Rabobank het produkt Derdengelden rekening inderdaad commercieel niet interessant vindt, zullen de kosten voor iedere notaris voor het aanhouden van zo’n rekening omhoog gaan. Het totaal bedrag kan ook gebruikt worden om de infrastructuur van de Notarisbank te financieren.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.    

%d bloggers liken dit: