Het komt voor dat mensen met een geestelijke beperking in een testament laten vastleggen dat de instelling waar ze verblijven hun nalatenschap krijgt. De vraag is natuurlijk of zij dit echt uit eigen vrije wil doen of zich hiertoe gedwongen voelen. In een recente uitspraak van onze tuchtrechter is zo’n situatie aan de orde geweest. Daaruit blijkt duidelijk dat een notaris heel zorgvuldig te werk moet gaan.

Het Gerechtshof begint met te stellen dat de notaris zelf mag beoordelen of iemand een ziekte of beperking heeft waardoor deze niet in staat is om zijn wil te bepalen. Daarbij moet de notaris wel alles meewegen dat uit eigen waarneming aan hem bekend is of kan zijn. Heeft de notaris op grond daarvan bedenkingen over de wilsbekwaamheid, dan moet er nader onderzoek volgen, bijvoorbeeld door het volgen van het stappenplan van de KNB.

In deze casus verbleef de cliënt in een zorginstelling voor mensen met een geestelijke beperking, was de afspraak gemaakt door een medewerker van die instelling én werd een stichting de enige erfgenaam in plaats van de familie. Deze drie zaken zijn volgens de tuchtrechter voldoende om het stappenplan er bij te nemen omdat niet a priori gesteld kan worden dat de cliënt bekwaam is. Eerder het tegendeel.

Of de civiele rechter in een afzonderlijke rechtszaak het testament nietig zal verklaren, moet nog blijken. Maar duidelijk is wel dat in dit soort situaties al snel aanvullend onderzoek nodig is. Dit kost tijd en geld en is voor een patiënt vervelend. Maar de rechtszekerheid is er mee gebaat.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.  

Printversie: klik hier.

%d bloggers liken dit: